Test: Harley-Davidson Low Rider ST

Toen ik drie jaar geleden de Harley Street Bob testte, was ik echt wel te spreken van die cruiser-ervaring. Tegelijk gaf het me goesting om een Harley model te proberen met meer langeafstandskarakteristieken (lees: kuipwerk en koffers) zonder daarom meteen een van hun zware Touring modellen te moeten bestijgen.


Enter de Harley-Davidson Low Rider ST, de gekuipte en bekofferde variant van de Low Rider S, telg van de Cruiser line-up. De ST steekt het niet onder stoelen of banken dat hij voor z’n design een flinke lepel mosterd ging lepelen bij de FXRT uit de eighties. Retrovibes à volonté. Met de rode letters op grijze lak lijkt mijn testbike zelfs naar Stranger Things te knipogen.


Een inspectierondje rondom de ST kan ik alleen maar doen met goedkeurend gebrom. Hij is mooi afgewerkt (het klassieke maar fraai vormgegeven achterlicht verdient hierbij een vermelding) en in deze blacked-out versie ziet hij er gewoon cool uit. Wel even vermelden dat de ST standaard in chrome trim komt (vanafprijs: 28.995 euro NL / 24.995 euro BE) en dat je voor de black trim moet opleggen: 2.000 euro (NL) of 1.700 euro (BE). Bovendien zijn de meeste lakkeuzes aan meerprijs.

Bepaald goedkoop kan je dat niet noemen, maar de ST is ook geen basic, techloos instapmodel. Zo is Harley-Davidson rijmodi, tractiecontrole (hellingshoekgevoelig en uitschakelbaar), bochten-ABS en een slipperclutch aan het uitrollen doorheen z’n gamma. Dat werd eerlijk gezegd Lees verder

Reistest: Suzuki GSX-S1000GX


Durmitor Nationaal Park in Montenegro spreekt al lang tot mijn verbeelding. Met zijn spectaculaire karstformaties, turquoise bergmeren en diepe canyons behoort het tot Europa’s mooiste natuurgebieden. Maar het ligt niet bepaald bij de deur. “Ideaal om er met een sportieve toermotor naar toe te trekken”, opperde ik op de redactie. Suzuki zag dat ook zitten en zo kwam het dat ik op de GSX-S1000GX naar de Balkan snelde.

De GSX-S1000GX is Suzuki’s antwoord op de steeds populairder wordende klasse van de crossovers: straatgerichte hoogpoters die het comfort van een adventure bike combineren met de scherpe stuureigenschappen van een op 17-inch geschoeide naked.


Suzuki gaf de GX een wat hoekige, spitse vorm: duidelijke familietrekjes die ook de GT heeft. Met zijn dubbele centrale lichten en toegeknepen ogen aan de zijkant vind ik hem er erg mooi uitzien. De afwerking staat op een hoog niveau en de cockpit straalt door de afwezigheid van losse kabels of openingen veel rust uit.

Met de GSX-S1000GX heeft Suzuki voor het eerst een motor met Lees verder

Test: Yamaha XSR900


Het lijkt misschien alsof we hier op de Jean Le Motard redactie het liefst hoogpoters reviewen. Schijn bedriegt want de voorbije jaren is mijn voorkeur beetje bij beetje aan het veranderen. Hoe dat komt? Tot 2020 pendelde ik alle dagen met de motor tussen Limburg en Brussel, ongeacht temperatuur, weer of seizoen. Een comfortabele fiets was toen logisch. En mijn neiging naar hoogpoters dus ook.

De laatste jaren werk ik echter veel dichter bij huis. Filefilteren om tijdswinst te boeken is er niet meer bij. Gevolg: ik ben een echte goedweerrijder geworden. En een hoogpoter is ineens een veel minder “noodzakelijke” keuze. De plezierfactor en de looks mogen gerust meer doorwegen. Niet dat ik mijn Ténéré een lelijk geval vind (allesbehalve zelfs), maar een custom chopper of een coole naked zijn ook altijd welkom in mijn garage.


Enter de Yamaha XSR900. Gebouwd rond het intussen gekende, geliefde, met de loftrompet betoeterde CP3-blok. De XSR hoort binnen Yamaha’s Sport Heritage modellen, lees: moderne technologie met retro esthetiek. Voor de XSR900 ging Yamaha inspiratie halen in de jaren 80, meer bepaald bij het deltabox-frame dat het stemvorkmerk toendertijd introduceerde in z’n sportmotoren.

Dat betekent niet dat de XSR900 een Lees verder

Test: Triumph Tiger Sport 800

Er staat al jaren een Triumph Street Triple 765 RS in mijn garage. Ik rij er amper op, en na ieder motorseizoen stel ik vol overtuiging: volgend jaar verkoop ik hem! Elk voorjaar weet hij me dan toch te verleiden tot een ritje, en lap! Het verslavende blok, de sublieme wegligging en de fenomenale remmen van de Street toveren steevast een gigantische glimlach op mijn tronie.

Lang duurt dat helaas niet. Na een half uur maakt mijn glimlach plaats voor een bedenkelijke grimas omdat de zithouding te krap is voor mijn ouder wordende lijf, en wanneer ik hem daarna verstop onder de motorhoes, verzucht ik vaker dan me lief is: “Waarom maakt Triumph geen Street Triple op hoge poten?”.


Toen Triumph vorig jaar de Tiger Sport 800 introduceerde leek mijn wens in vervulling te gaan. De eerste kennismaking was echter geen onverdeeld succes. Tijdens mijn bezoek aan de EICMA bestempelde ik Triumph’s nieuwste crossover als de ontgoocheling van de beurs: hoewel prachtig vormgegeven, stelde de zitsessie teleur.

Benieuwd of een weekje testrijden me op andere ideeën kon brengen. Ik nam de Sport mee naar de Taunus, waar ik samen met een bende motorvrienden de bochtenstage van CMD ging volgen.


De stijl van de 800 werd duidelijk overgenomen van de Tiger Sport 660. Extra DRL’s, winddeflectoren en wat meer kuipwerk onderin geven hem meer smoel, al blijft de 800 een erg ranke verschijning. Dat wordt nog eens versterkt door de smalle achterpartij. De afwerking is – zoals we dat van Triumph als vanzelfsprekend zijn gaan vinden – onberispelijk. Verder valt de echte uitlaat op, bij de 660 hangt de pot onder de motor.

De Sport 800 is er in vier kleuren: Cosmic Yellow vind ik prachtig maar weinig tijdloos, de grijze versie straalt de meeste klasse uit en de zwarte vind ik de coolste. Ik krijg voor de test de Caspian Blue mee, die ik persoonlijk Lees verder

Fotospecial: Distinguished Gentleman’s Ride Genk 2025

Vorige zondag was het weer Distinguished Gentleman’s Ride. Wereldwijd trokken motards hun meest stijlvolle outfits aan en maakten een ritje om geld in te zamelen voor projecten rond prostaatkanker en geestelijke gezondheid van mannen. Ook in Genk werd er gereden en onze fotograaf Michele Micoli was erbij:

Lees verder

Eindelijk naar EICMA

Was het je al opgevallen dat je ieder jaar rond oktober overspoeld wordt met motornieuws over de nieuwste modellen? Wel, al dat lekkers kan je persoonlijk – en als een van de eersten – in Milaan gaan bekijken op EICMA.

EICMA, dat is het mekka voor de motorliefhebber, de tempel waar jaarlijks de hoogmis aller motoren wordt voorgedragen. De Esposizione Internazionale Ciclo Motociclo e Accessori vindt begin november plaats in de Fiera Milano, een gigantisch beurscomplex ten noordwesten van Milaan. Een week lang wordt er alles wat reilt en zeilt in motorland tentoongesteld voor de pers, handelaars en voor het grote publiek.

Een bezoek aan EICMA stond al jaren op mijn bucketlist, en dit jaar was het eindelijk zo ver!


Hoe er geraken

Praktisch komt er wel wat bij kijken om op de beurs te geraken. Laat je dat vooral niet tegenhouden, achteraf gezien is het kinderlijk eenvoudig. Ik lijst het even op:

EICMA duurt een kleine week, van dinsdag tot zondag. Dinsdag en woensdag zijn voorbehouden aan handelaren, pers en influencers, van donderdag tot zondag is het grote publiek welkom. Begin september boekte ik een ticket voor vrijdag en betaalde 15 euro. Vanaf half september wordt dat 20 euro en aan de kassa betaal je 25 euro.

Ik vloog met Ryanair op donderdagavond van Brussels-South naar Milaan. Of beter gezegd: naar Bergamo. Net zoals Brussels-South niet in Brussel maar in Charleroi ligt, bevindt de lagekostenluchthaven van Milaan zich in Bergamo. Een shuttlebus (10 euro enkele rit) zet je in een uur af aan het centraal station van Milaan. Daar kan je de metro nemen naar iedere uithoek van de stad. Voor EICMA neem je metrolijn 1 en stap je af aan Rho Fiera, het eindstation.

EICMA, open u!

EICMA opent de deuren om 9u30, maar ik was er – samen met een massa andere bezoekers – al om 8u30. Ik wist niet waar juist de ingang was (er zijn er verschillende) en dus volgde ik de kilometer lange brug met de liederlijke naam Ponte di Mare, die de hallen in 2 splijt. Daar stond een kortere rij. En bovendien zat die ingang tussen hal 22 en 24, waar Suzuki en Yamaha stonden (al wist ik dat toen nog niet), twee merken waar ik reikhalzend naar uit keek.


Om 9u30 stipt gingen de deuren open. Eenmaal binnen was er van de drukte amper iets te merken op dat moment. Dat zou snel veranderen …

Mijn doel was Lees verder

Test: Yamaha Ténéré 700 World Raid


Het is alweer vijf jaar geleden dat ik bij de Belgische lancering van de Yamaha Ténéré 700 was. Die profileerde zich op korte tijd als dé referentie binnen het middenklasse adventuresegment. De meest gehoorde kritiek op de standaard Ténéré was een nogal beperkt rijbereik en de vering die aan de zachte kant was voor het serieuzere offroadwerk. Yamaha countert dat met intussen vier extra Ténérés zodat er voor elk wat wils is.

De Ténéré 700 Extreme heeft langere veerwegen en lichtgewicht spul rondom, de Ténéré 700 Explore heeft kortere veerwegen en meer comfort dan het standaardmodel. De World Raid is een T7 met een 23 liter tank en betere vering, en de laatste toevoeging aan de line-up is de World Rally: een World Raid met een bijzonder geslaagd retrokleurtje en lekkers als een Akrapovic-uitlaat standaard. Hopelijk kan je nog volgen.


Elektronica

Wat uitrusting betreft kunnen we bij alle T7’s kort zijn. De show wordt veeleer gestolen door het CP2-blok en de ophanging, waarover straks meer. Naast de dubbele tank en de veringupgrade heeft de World Raid Lees verder