Test: Harley-Davidson Pan America 1250 Special

Het verhaal van Harley-Davidson leest de laatste jaren nogal als een soap. De full electric LiveWire die in 2014 werd aangekondigd? Kan tellen qua plottwist voor een merk dat iedereen vereenzelvigt met classic choppers en knetterende uitlaten. En alsof de gemiddelde Harley-rijder daarmee nog niet genoeg te verteren had, kreeg hij een paar jaar later zowaar een street fighter én een allroad in de maag gesplitst. Of alleszins de aankondiging ervan. Preproductieversies van beide modellen (de Bronx en de Pan America) pronkten op het Autosalon van 2020. Kort daarna schoot de spanningsboog nog verder omhoog met een CEO-wissel. De Bronx belandde even later in de vuilbak. Om maar een paar plotlijnen kort uit te lichten.

De aangekondigde adventure bike verscheen dit jaar wél in de showrooms en ik trok daarom een paar dagen richting Duitsland om te ontdekken hoe zo’n Harley-Davidson Pan America 1250 Special rijdt.

De Special-versie van de Pan America onderscheidt zich van de standaardversie met een reeks extra’s: semi-actieve vering, bandenspanningscontrole, valbaren, handkappen, verwarmde handvaten, stuurdemper, middenbok, bodemplaat, radiatorbescherming, bochtenverlichting en een rempedaal dat je makkelijk in twee verschillende hoogtes kan instellen. De vanaf-prijzen: 16.495 euro (BE) / 18.995 euro (NL) voor de standaard Pan, 18.495 euro (BE) / 21.995 euro (NL) voor de Special. Op mijn versie zaten daarnaast ook nog de optionele spaakvelgen en de adaptieve zithoogte.

Wie het design van deze allroad maar niks vindt: in het echt valt het allemaal veel beter mee dan op foto. De opvallende neus zal voor de een hét struikelblok van dit model blijven, de ander zal het “origineel” of “anders” noemen. Na een week kon ik het aanblik wel smaken, al kan ik moeilijk van verliefdheid spreken. Maar eerlijk, Lees verder

Test: Suzuki V-Strom 1050XT World Adventure

Dit jaar biedt Suzuki de V-Strom 1050XT aan in een World Adventure versie. De wereld verkennen zat er door coronaperikelen niet in. Dichter bij huis blijven was de boodschap. We reden met zijn tweeën dan maar van de kust naar het Pajottenland en terug.

Suzuki pimpt de World Adventure met een deco-set met reflecterende details, aluminium koffers, verstelbare voetsteunen die ze bij Gilles Tooling gingen halen, een gps-steun, een Hepco&Becker alu carterplaat met World Adventure label, verwarmde handvaten en LED-verstralers.

Je kan deze avonturier in geel-blauwe, grijs-blauwe en zwarte kleurstelling krijgen. Het zwart schittert in de zon, wat je ook mag verwachten van “Glass Sparkle Black”. De vele stickers zijn een beetje overdreven, maar al bij al klopt het plaatje.

Bij de vernieuwing van de V-Strom greep Suzuki in 2020 Katana-gewijs terug naar een legende: de Dr. Big van weleer. De nieuwe lijnen en de vierkante koplamp zien er erg geslaagd uit en doen terugdenken aan de oer-allroad.

De looks waren echter niet de belangrijkste vernieuwing. Suzuki plaatste zijn grootste allroad eindelijk op hetzelfde schavot als Lees verder

Kort getest: Indian Scout Bobber Twenty

De term bobber hoor je wel vaker in het cruisersegment. Harley-Davidson, Triumph en Moto Guzzi hebben er elk één in hun gamma. En met het Scout model heeft Indian er zelfs twee in huis: de Scout Bobber en de Scout Bobber Twenty. Maar wat maakt een bobber zo speciaal, en hoe rijdt zo’n ding?

Minimalist 

Bobben of bobbing ontstond in de customscene van de jaren 1930. Motorfietsen werden lichter en dus sneller gemaakt door overbodige onderdelen te verwijderen: geen voorspatbord, minimalistisch achterspatbord, zo weinig mogelijk metaal of chrome.

Tegenwoordig heeft een bobber meer met looks en coolheidsfactor te maken dan met gewichtsbesparing. Dit is ook zo bij de Indian Scout Bobber. Korte spatborden, een solozadel, een laag en ver naar voren geplaatst stuur bij de Scout Bobber en een mini-apehanger bij de Scout Bobber Twenty. Beide met voorwaartse voetsteunen.

De zithouding lijkt spartaans maar als ik er even op ga zitten in de showroom lijkt het toch best comfortabel. Of ik hierover na een halve dag rijden nog hetzelfde denk, daarop komen we later terug.

Beach cruiser 

Ik rij voornamelijk op naked en adventure motoren. De eerste meters op de Scout Bobber Twenty voelen dan ook vreemd aan. Voeten naar voor, armen in de lucht. In het begin moet ik vaak naar de voetsteunen zoeken, want Lees verder

Test: Triumph Trident 660

“Ah, daar zijn ze ermee.” Dat schoot door mijn hoofd toen Triumph de nieuwe Trident aankondigde. Want is het niet logisch dat Triumph met haar rijke triple-geschiedenis ook in het huidige gamma een “klassieke” driecilinder naked aanbiedt?

De nieuwe Triumph Trident 660 is de derde Trident-generatie. Van 1968 tot midden jaren ‘70 en in de nineties bouwde Triumph haar twee eerste generaties. De nieuwe generatie kreeg een 660-motorblok zoals z’n naam verklapt.

Dat blok verschilt danig van dat van de Street Triple S waarin ook een 660 cc hart bonst. Uiteraard neemt de motor van de Trident onderdelen over van de Street, maar een kleine 70 nieuwe componenten zorgen voor een ander karakter. Terwijl de driecilinder van de Street vooral de nadruk legt op sportief topvermogen, mikt de Trident op de lagere en middentoeren. Dat zie je ook in de cijfers: 64 Nm en 81 pk voor de Trident, 66 Nm en 95 pk voor de “kleinste” Street.

Naast een nieuw motorblok toverde Team Triumph een volledig nieuw design uit haar hoed. De ronde led-koplamp is een vette knipoog naar de eerdere Trident-generaties, de tank met beklede knie-uitsparingen versterkt de klassieke look. Retro wordt het echter niet. Het geheel oogt best sportief, al blijft Lees verder

Test: BMW R 1250 RT

Toen BMW in 2019 haar 1200 RT inwisselde voor de 1250 RT, was de voornaamste verandering het vernieuwde motorblok. ShiftCam-technologie, meer paarden en Newton-meters, remember? Maar niks design-update, en het dashboard met de twee analoge tellers en de kleine digitale display bleef ook ongewijzigd (terwijl die combo op andere modellen al vervangen werd door een fullcolor TFT-display). Gemiste kans vond ik toen. Intussen zijn we twee jaar verder en heeft BMW voor modeljaar 2021 haar toerbuffel dan toch eens verder onder handen genomen.

Het eerste wat opvalt is uiteraard de nieuwe snuit van de R 1250 RT. De twee ronde koplampen hebben plaats gemaakt voor een hoekiger design, waarbij het kuipwerk rond de  leds nu in koetswerkkleur gespoten is. Het geeft de RT een verfijndere aanblik. Jammer dat de achterpartij onaangeroerd bleef. Opnieuw een gemiste kans. Of een reden om over twee jaar weer met een update uit te pakken?

De kuip werd aerodynamischer gemaakt, wat echter niets afdoet aan de nog steeds ontzagwekkende breedte van dit beest. 985 mm alsjeblieft. Zeker in vooraanzicht oogt de RT als een mastodont. Je zou haast schrik krijgen om erop te kruipen, want “zo’n groot geval, dat kan ik toch onmogelijk in de hand houden?”

Ik ervaarde tijdens eerdere RT-ontmoetingen echter al het tegendeel. Stapvoets manoeuvreren of eventjes de motor uit de garage duwen … dat vraagt enige inspanning. Maar eens de snelheid er een beetje inkomt kost het allemaal geen moeite meer. Dat geldt opnieuw voor de nieuwe RT, ook al Lees verder

Test: Yamaha Tracer 7

Ruik je dat ook? Zo’n zweem van wierook? Jup, je neus heeft dat goed geraden: je bent een testverslag aan het lezen waarin de alom geprezen CP2-twin van Yamaha een rol speelt. Deze keer ingelepeld tussen de wielen van een sporttoermodel: de Tracer 7. Maar die lofgeur, is dat voor de hele motor of enkel het blok? Let’s find out.

Als je iets hebt dat goed is, moet je het niet veranderen. Dat zeggen ze wel ‘s. Tot iemand commandeert: “Euro5-normen meneer, actie ondernemen, nu”. Dus moest Yamaha sleutelen aan haar tweecilindermotor (geboortejaar: 2014): onder meer het luchtinlaatkanaal, het injectiesysteem en de uitlaat werden aangepast. Yamaha beweert dat hierdoor het vermogen meer linear wordt afgegeven, maar het is tegelijk ook iets minder geworden: de Tracer 7 laat 73,5 pk optekenen, terwijl zijn voorganger (die als Tracer 700 door het leven ging) 74,8 pk op zijn paspoort had prijken. Newtonmeters werden niet ingeleverd: 68 stuks.

Het bleef niet bij enkel een motorische update. De nieuwe snuit van de Tracer 7, daar kan je niet naast kijken. Oogt een pak moderner, sportiever, ja zelfs agressiever dan de vorige generatie, die nu plots saai en erg gedateerd lijkt. De plaatsing van de twee koplampen, de boos fronsende lichtstrips, de strakke kuiplijnen: puik designwerk.

De nogal plompe richtingaanwijzers van het vorige model werden vervangen door slankere exemplaren, maar verder hebben Lees verder

Test: KTM 390 Adventure

KTM bouwt al jaren de meest offroadwaardige adventure bikes. Daarbij maken ze handig gebruik van hun kennis in de rallywereld en bouwen ze – net als iedereen tegenwoordig – voort op wat al in de kast ligt.

Zo bestaat er een volledig line-up van de 1290: van the Beast tot de Super Adventure. Met het blok van de 790 Duke werd de meest geprezen allroad van de laatste jaren gemaakt, de KTM 790 Adventure. Hetzelfde deden ze recent met dat van de 890 Duke.

Omdat niet iedereen zich een dure motor kan veroorloven, is downsizen al een tijdje de trend in motorland. Zeker als je als Europese producent ook in de groeilanden een voet aan de grond en een hand in de portemonnee wilt krijgen. En als je dan toch in zo’n BRIC-land bent, dan laat je meteen die nieuwe motorfiets ter plekke bouwen om de kosten te drukken. KTM nam het blok en het frame van de 390 Duke als basis en zo werd in een Bajaj-fabriek in India de KTM 390 Adventure geboren.

Voor de laatste test van het jaar mocht ik een week op pad met deze kleinste avonturier uit Mattighofen. Tijdens een staycation reed ik van de Ardennen tot de kust, benieuwd naar hoeveel avontuur je kan beleven met deze Indische Oostenrijker. ‘t Is tenslotte “maar een vierhonderdje”.

Ik ben dan ook in de war wanneer ik er voor het eerst naast sta: is dit de 390 of de 790? De 390 is niet klein, zoals ik verwachtte. Zijn standaard zadelhoogte is 855 mm, een halve centimeter hoger dan die van de 790 Adventure. Het bodywork Lees verder