Test: Yamaha Tracer 9

Fans van triples die de voorbije jaren op zoek waren naar een middenklasse sporttourer, die hadden niet zo heel veel keuze. In 2007 kwam de Triumph Tiger 1050 Sport op de markt, en dat was eigenlijk je enige optie tot in 2015 twee nieuwe modellen op het toneel verschenen: de Yamaha MT-09 Tracer (in 2017 omgedoopt tot Tracer 900) en de MV Agusta Turismo Veloce. Dat lijstje van drie was echter van korte duur want in 2016 stopte de productie van de Tiger Sport.

In 2020 onthulde Yamaha de opvolger van de Tracer 900. Naast een welgekomen facelift en twee nullen minder op z’n identiteitskaart, werd de nieuwe Yamaha Tracer 9 ook onderhuids stevig onder handen genomen. Net op tijd, want in 2021 dook er plots een derde middenklasse triple sporttourer op in het lijstje: de Triumph Tiger 850 Sport.

Met beide concurrenten hebben we nog niet gereden, en eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat een ander model een stuk hoger op het verlanglijstje staat: na een zeer overtuigend weekje met de Triumph Trident 660 zijn we ten huize Jean Le Motard erg benieuwd naar diens sporttourbroertje de Tiger Sport 660.

Maar terug naar de orde van de dag: de Yamaha Tracer 9. Na onze test van z’n voorganger was ik – op wat detailkritiek na – helemaal mee met wat de Japanners me hadden voorgeschoteld. Alleen de looks, die waren twee jaar na z’n introductie eigenlijk al passé.

Gelukkig kan je met de nieuwe looks van de Tracer 9 wel weer buitenkomen. Hij oogt fris, scherp en sportief, en vertaalt daarmee perfect het karakter van de motor. De bombastische handkappen van de Tracer 900 werden ingeruild voor minder overdreven exemplaren, en de slanke LED-richtingaanwijzers geven extra verfijning. Enkel het achterlicht en Lees verder

Test: KTM 1290 Super Adventure S

In 2018 maakte ik kennis met de KTM 1290 Super Adventure S en tijdens die testweek fladderden al snel een hele zwerm vlinders door m’n buik. In die mate zelfs dat de Super Adventure het dat jaar schopte tot de nummer 1 op mijn lijstje van favoriete testmotoren.

Erg benieuwd dus naar de nieuwe 1290 Super Adventure S die voor modeljaar 2021 een grondige opfrisbeurt kreeg. Al zou je met een ongeoefend oog waarschijnlijk weinig van die update merken.

Dé blikvanger is misschien wel de koplamp waarin nu de sensor huist voor de (standaard!) adaptieve cruisecontrol. Ook vrij makkelijk te spotten: de 23-liter-tank hangt nu als twee grote wangen langs beide zijden van het eveneens vernieuwde frame. Verder werd de LC8 V-twin stevig herzien waardoor het blok 1,6 kg afslankte, een Euro5-diploma op zak heeft en 160 pk/138 Nm uitspuwt. Het balhoofd verschoof 15 mm achterwaarts voor een scherper stuurgedrag, terwijl de achterbrug 15 mm werd verlengd voor meer stabiliteit en grip. En er is meer, maar dat bespreken we later.

Wanneer ik mijn been over het zadel zwier merk ik direct dat het verstelbare zadel (849 / 869 mm) lager en vooraan smaller is dan bij z’n voorganger. Tegelijk valt het stuur nu Lees verder

Test: Triumph Trident 660

“Ah, daar zijn ze ermee.” Dat schoot door mijn hoofd toen Triumph de nieuwe Trident aankondigde. Want is het niet logisch dat Triumph met haar rijke triple-geschiedenis ook in het huidige gamma een “klassieke” driecilinder naked aanbiedt?

De nieuwe Triumph Trident 660 is de derde Trident-generatie. Van 1968 tot midden jaren ‘70 en in de nineties bouwde Triumph haar twee eerste generaties. De nieuwe generatie kreeg een 660-motorblok zoals z’n naam verklapt.

Dat blok verschilt danig van dat van de Street Triple S waarin ook een 660 cc hart bonst. Uiteraard neemt de motor van de Trident onderdelen over van de Street, maar een kleine 70 nieuwe componenten zorgen voor een ander karakter. Terwijl de driecilinder van de Street vooral de nadruk legt op sportief topvermogen, mikt de Trident op de lagere en middentoeren. Dat zie je ook in de cijfers: 64 Nm en 81 pk voor de Trident, 66 Nm en 95 pk voor de “kleinste” Street.

Naast een nieuw motorblok toverde Team Triumph een volledig nieuw design uit haar hoed. De ronde led-koplamp is een vette knipoog naar de eerdere Trident-generaties, de tank met beklede knie-uitsparingen versterkt de klassieke look. Retro wordt het echter niet. Het geheel oogt best sportief, al blijft Lees verder

Test: KTM 390 Adventure

KTM bouwt al jaren de meest offroadwaardige adventure bikes. Daarbij maken ze handig gebruik van hun kennis in de rallywereld en bouwen ze – net als iedereen tegenwoordig – voort op wat al in de kast ligt.

Zo bestaat er een volledig line-up van de 1290: van the Beast tot de Super Adventure. Met het blok van de 790 Duke werd de meest geprezen allroad van de laatste jaren gemaakt, de KTM 790 Adventure. Hetzelfde deden ze recent met dat van de 890 Duke.

Omdat niet iedereen zich een dure motor kan veroorloven, is downsizen al een tijdje de trend in motorland. Zeker als je als Europese producent ook in de groeilanden een voet aan de grond en een hand in de portemonnee wilt krijgen. En als je dan toch in zo’n BRIC-land bent, dan laat je meteen die nieuwe motorfiets ter plekke bouwen om de kosten te drukken. KTM nam het blok en het frame van de 390 Duke als basis en zo werd in een Bajaj-fabriek in India de KTM 390 Adventure geboren.

Voor de laatste test van het jaar mocht ik een week op pad met deze kleinste avonturier uit Mattighofen. Tijdens een staycation reed ik van de Ardennen tot de kust, benieuwd naar hoeveel avontuur je kan beleven met deze Indische Oostenrijker. ‘t Is tenslotte “maar een vierhonderdje”.

Ik ben dan ook in de war wanneer ik er voor het eerst naast sta: is dit de 390 of de 790? De 390 is niet klein, zoals ik verwachtte. Zijn standaard zadelhoogte is 855 mm, een halve centimeter hoger dan die van de 790 Adventure. Het bodywork Lees verder

Reistest: Triumph Tiger 900 Rally Pro

Vorig jaar zwaaiden we de Triumph Tiger 800 vaarwel want Triumph onthulde de volledig nieuwe Tiger 900. Volledig nieuw, jawel, want nieuw motorblok, nieuw frame, andere remmen en vering, vernieuwde display …

Toen het persbericht binnenliep was het nochtans geen liefde op het eerste gezicht. De dubbele koplamp vond ik de 800 knap staan. De 900 gooit het over een andere boeg en het deed me niet onmiddellijk wat. Maar hey, een test zou me misschien op andere gedachten brengen. Dus: even ertussenuit met de Tiger 900 Rally Pro, vijf dagen naar de Moezel (het verslag daarvan vind je hier).

Liefde op het tweede gezicht?

Foto’s doen de werkelijkheid soms onrecht aan, dus ik was benieuwd of de vonk zou overspringen bij onze eerste ontmoeting. Helaas, ik voelde niks. Iets met verhoudingen. De koplamp lijkt wat te klein en heeft minder ballen dan het exemplaar van z’n voorganger. Het achterlicht op zich is oké maar werd in een plompe constructie verwerkt … En ook al wijkt de tank met z’n schuin naar voor hellende vorm minder af van de Tiger 800, en is de afwerking helemaal naar Triumph maatstaven (lees: piekfijn), toch blijf ik op designvlak op m’n honger zitten. Jammer want de 800 vond ik bij de knapste allroads horen.

In onze laatste review van de Tiger 800 (de XCa in 2018) haalden we een aantal verbeterpunten aan. We misten een quickshifter op de optielijst, de bandenkeuze was verouderd, tubeless banden leggen was onmogelijk, en mocht hellingshoektechnologie ook niet stilaan verschijnen op deze allroad? Triumph maakte er met de nieuwe Tiger allemaal werk van. Tenminste, als je voor het juiste model kiest.

Net als bij eerdere generaties is de Tiger 900 Lees verder

Test: BMW S 1000 XR

Met de 2020 BMW S 1000 XR zwaaien we de eerste generatie XR uit. Daarover zagen we zeer enthousiaste reviews. Jean benoemde hem zelfs tot zijn favoriete testmotor van 2015. Maar toen ik hem vorig jaar aan de tand voelde, was ik niet meteen enthousiast. Oké, het blok was beestig en de ophanging erg goed, maar de motor voelde verouderd aan door het gedateerde dashboard, overal waren er trillingen en een nukkige quickshifter verbrodde het plezier. Benieuwd of dit in de 2020-versie verholpen was. Ik keek dan ook reikhalzend uit naar deze test.

BMW deelt de S 1000 XR in bij zijn Adventure familie. Vreemd, de S in zijn naam verwijst duidelijk naar zijn sportieve genen. De uitgebreide standaarduitrusting doet vermoeden dat toeren ook tot de mogelijkheden behoort. Tot welke categorie behoort deze krachtpatser nu werkelijk: Adventure, Sport of Touring?

Uitrusting

Eerst even het drogere gedeelte van de review: de toeters en bellen waarmee deze topmachine wordt uitgerust. Dynamic ESA, lichtgewicht gegoten velgen, verstelbaar scherm, opbergvak, LED-verlichting, TFT-display, Connectivity, geïntegreerde kofferdragers, rijmodi Pro, ABS Pro, hill start control, tractiecontrole, motorreminstelling: het zit er allemaal af-fabriek op voor 17.650 euro (BE) / 20.550 euro (NL).

Dat standaardpakket werd op de testmotor aangevuld met een paar van de gekende – en eigenlijk onmisbare – BMW pakketten waardoor deze S 1000 XR zowat alles heeft wat je op een motorfiets wenst: quickshifter, automatische hoogte-instelling, cruise control, keyless ride, verwarmde handvaten, middenbok, navigatie-voorbereiding, USB-poort … De lijst gaat zo nog even door en drijft – eveneens naar goede BMW gewoonte – de prijs op naar een hoogte die je niet wenst. Mijn testexemplaar klokt af op een heftige 21.355 euro (Belgische prijs).

Sport?

Voor die prijs krijg je héél veel motorfiets. De XR staat niet voor niets aan de top van de food chain. Met zijn Lees verder

Test: Yamaha XT1200ZE Super Ténéré

Flits jezelf even terug naar 1983 en daar staat hij voor je neus: de allereerste Ténéré. Na spraakmakende Parijs-Dakar passages eind jaren 70 besloot Yamaha om hun rallymotor te commercialiseren als een soort allround touringmodel: de XT600Z Ténéré. 43 pk, 595 cc en één enkele cilinder.

Vijfendertig Ténéré-jaren later en er valt geen monocilinder meer te bespeuren in Yamaha’s adventure-aanbod. De laatste, de XT660Z Ténéré, zwaaiden we in 2016 uit, en binnenkort komt er met de gloednieuwe Ténéré 700 een twin bij. De andere twin in de Yamaha hoogpoterrayon: de Super Ténéré.

De Super Ténéré kwam in 2010 op de markt als rechtstreekse concurrent van die andere 1200 cc cardanaangedreven reisenduro: de 1200 GS. Ik ging een paar dagen met de XT1200ZE Super Ténéré toeren in de Vogezen (reisverslag hierzo) om een mening te vormen over Yamaha’s allroader.

De ZE verschilt van de basic Super Ténéré door de toevoeging van een instelbare elektronische vering, middenbok, cruisecontrol en verwarmde handvaten. Die extra’s voel je in de portemonnee: 13.999 euro (BE) en 15.899 euro (NL) voor de XT1200Z Super Ténéré, 16.999 euro (BE) en 18.399 euro (NL) voor de XT1200ZE Super Ténéré. Stevige meerprijs dus.

De standaardconfiguratie van de basic Ténéré is overigens niet bepaald naked: verstelbare zadelhoogte (845 – 870 mm), twee mappings, instelbare tractiecontrole, integraal remsysteem, cardanas, spaakvelgen en verstelbaar ruitje.

Mijn demomotor werd behangen met nog wat extra opties zoals valbaren, bodemplaat, LED-mistlampen en zijfkoffers.

Meer punch aub

Tussen het 19” voorwiel en 17” achterwiel steekt een 1199 cc paralleltwin die 112 pk levert op 7.250 toeren en 117 Nm op 6.000 toeren. Zeker niet de hoogste pieken in het segment. Als je netjes in de buurt van die pieken blijft valt het allemaal wel mee, maar je kan moeilijk ontkennen dat de XT1200ZE wat punch mist. En dat valt nog harder op als je kiest voor de T (van Touring) mapping. In S (van Sport) reageert hij vinniger zonder té aan-uit te worden.

Ook z’n uitlaat mocht wat meer punch hebben. Stationair en vol op de gas klinkt hij best oké, maar daarbuiten kan hij een meh moeilijk onderdrukken. Soms is de Super Ténéré zelfs zo stil dat je even je adem inhoudt om te horen of de motor nog draait.

Voortreffelijke vering

Dat gebrek aan ballen verzacht deze Yam met comfort. Met name de elektronische vering is ronduit voortreffelijk. Rijdend kan je kiezen tussen Soft, Standard of Hard, en stilstaand kan je elk van die drie standen instellen van -3 tot +3. Goed voor 21 gradaties dus. Vind je dat wat karig? Geen nood want ook de belasting kan je (stilstaand) aanpassen: solo of duo, telkens met of zonder bagage. Daardoor verviervoudigen die 21 gradaties tot maar liefst 84 veringinstellingen.

De allerzachtste stand (Soft -3, solo zonder bagage) vond ik Lees verder