Test: BMW S 1000 XR

Met de 2020 BMW S 1000 XR zwaaien we de eerste generatie XR uit. Daarover zagen we zeer enthousiaste reviews. Jean benoemde hem zelfs tot zijn favoriete testmotor van 2015. Maar toen ik hem vorig jaar aan de tand voelde, was ik niet meteen enthousiast. Oké, het blok was beestig en de ophanging erg goed, maar de motor voelde verouderd aan door het gedateerde dashboard, overal waren er trillingen en een nukkige quickshifter verbrodde het plezier. Benieuwd of dit in de 2020-versie verholpen was. Ik keek dan ook reikhalzend uit naar deze test.

BMW deelt de S 1000 XR in bij zijn Adventure familie. Vreemd, de S in zijn naam verwijst duidelijk naar zijn sportieve genen. De uitgebreide standaarduitrusting doet vermoeden dat toeren ook tot de mogelijkheden behoort. Tot welke categorie behoort deze krachtpatser nu werkelijk: Adventure, Sport of Touring?

Uitrusting

Eerst even het drogere gedeelte van de review: de toeters en bellen waarmee deze topmachine wordt uitgerust. Dynamic ESA, lichtgewicht gegoten velgen, verstelbaar scherm, opbergvak, LED-verlichting, TFT-display, Connectivity, geïntegreerde kofferdragers, rijmodi Pro, ABS Pro, hill start control, tractiecontrole, motorreminstelling: het zit er allemaal af-fabriek op voor 17.650 euro (BE) / 20.550 euro (NL).

Dat standaardpakket werd op de testmotor aangevuld met een paar van de gekende – en eigenlijk onmisbare – BMW pakketten waardoor deze S 1000 XR zowat alles heeft wat je op een motorfiets wenst: quickshifter, automatische hoogte-instelling, cruise control, keyless ride, verwarmde handvaten, middenbok, navigatie-voorbereiding, USB-poort … De lijst gaat zo nog even door en drijft – eveneens naar goede BMW gewoonte – de prijs op naar een hoogte die je niet wenst. Mijn testexemplaar klokt af op een heftige 21.355 euro (Belgische prijs).

Sport?

Voor die prijs krijg je héél veel motorfiets. De XR staat niet voor niets aan de top van de food chain. Met zijn Lees verder

Verslag: Ready to Ride Advanced motortraining

“Een motoropleiding? Kerel, ik heb mijn rijbewijs al 15 jaar. Ik kan ondertussen wel motorrijden hè!” Als ik dat hoor, dan krab ik altijd ‘s in mijn haar. Volgens mij kan je je als motorrijder altijd nog verbeteren. Als je Rossi achter je laat, dan mag je van mij best beweren dat je een stukje kan rijden, maar eerder? Trouwens, al die motorhelden, die blijven ook gewoon trainen, niet?

Daarom probeer ik ieder jaar wel ergens een motortraining mee te pikken. Om de rijtechniek op te frissen en te achterhalen waar mijn belangrijkste verbeterpunten zitten. In 2019 en 2020 volgde ik drie offroadtrainingen, hoog tijd om nog ‘s een training op verhard te volgen.

Samen met Jan F en Shih koos ik voor de Advanced motortraining van Ready to Ride. Da’s hun “basistraining”. Omdat onze vorige training alweer even geleden was (voor Shih was het zelfs z’n eerste wegopleiding sinds het behalen van zijn rijbewijs) wilden we de lat niet onmiddellijk te hoog leggen.

Ready to Ride, da’s een initiatief van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. Je weet wel, die mannen die onder meer campagnes rond verkeersveiligheid op touw zetten, en elk voorjaar de Dag van de Motorrijder organiseren zodat je na je winterstop even je motortechniek kan afstoffen. De Ready to Ride opleidingen organiseren ze samen met een aantal motorrijopleidingscentra, verspreid over heel Vlaanderen.

Wij dus op een zonnige zondag op training. Instructeur Marc verwelkomde ons om 9 uur met koffie en koffiekoeken, waarbij hij polste naar ons verleden als motorrijder en onze verwachtingen van deze training.

Daarna gingen we snel over naar het theoretische deel. Zoals bij elke motortraining die ik al volgde speelde de heilige drievuldigheid ook hier weer de hoofdrol: tractie, kijktechniek en zithouding. Marc wist dit zeer helder uit te leggen, met tal van vergelijkingen om de theorie zo begrijpelijk mogelijk te maken. Bechamelsaus, konijnen, kippen, “one process”, het krukje van de boer met drie poten … Als lezer snap je er waarschijnlijk niks van, maar na een dagje training, klinkt het allemaal perfect logisch.

Aansluitend hierop volgde nog een luik over veiligheid op de weg en toen was het tijd om die brok theorie om te zetten in de praktijk. Hiervoor stond op een groot terrein een massa kegeltjes verspreid. En de zonnige dag werd al snel Lees verder

Test: Yamaha Ténéré 700

2016 was het. De eerste foto’s van de Yamaha T7 Concept druppelden binnen. Kwijlen. Emmers vol, want het wachten duurde lang: in 2019 zag de Yamaha Ténéré 700 eindelijk het licht maar vooraleer ik mijn been over z’n zadel kon zwieren was het half 2020. Genoeg gekwijld, zullen we een stukje gaan rijden?

Voor we de sleutel omdraaien, even kijken welke wagyu we in de kuip hebben. Een middenklasse allroad. Da’s een druk bemand segment met usual suspects en buitenbeentjes. Als je begint te tellen kom je al snel aan een stuk of tien concurrenten. BMW F 850 GS, Triumph Tiger 900, KTM 790 Adventure, Suzuki V-Strom 650, Moto Guzzi V85 TT, Ducati Multistrada 950, Kawasaki Versys 650, Benelli TRK 502, Royal Enfield Himalayan, Honda CB500X … Zowat elk merk heeft er tegenwoordig eentje in huis. Heeft Yamaha iets te bieden dat de rest niet heeft?

Met z’n looks en uitrusting maakt de Ténéré 700 direct duidelijk welk kamp hij kiest. Offroad? Yes please. Daarmee keert hij de eerder baangerichte allroads de rug toe en maakt hij zijn groepje concurrenten een pak kleiner.

De hoge, ranke bouw, de rally-geïnspireerde snuit, de lange veerweg (210 mm voor, 200 mm achter), de geblokte Pirelli’s, de aluminium bodemplaat: lekker stoere uitstraling. Ook z’n zadel past bij de adventure-uitstraling: enduro-look en 875 mm hoog, maar Lees verder

Kort getest: Honda CB500X

Fotograaf Michele Micoli (die trouwens zelf met een Kawasaki Versys 650 rijdt) trakteerde ons al een paar keer op foto’s van bikerevents, maar blijkbaar kan de man niet alleen met een fototoestel overweg. Onlangs verraste hij me met een berichtje: “Hey Jean, heb een CB500X getest. Hierbij mijn verslagje.” Jup, hij kan ook met de pen overweg. Lees zijn testverslag:

De CB500X. Honda’s kleinere avonturier voor de A2-rijder. Maar volstaat 500 cc om plezier te maken op de Belgische wegen en een streepje onverhard? Ik ging er een dag mee op pad om het uit te zoeken.

Hoogpoter of adventure?

Als je net je A2-rijbewijs haalde, en je hebt je zinnen gezet op een avontuurlijke motor, dan is er tegenwoordig best wat keuze. De Honda CB500X bijvoorbeeld. Een goed afgewerkt pakket dat onder meer dankzij z’n LED-verlichting voor en achter modern oogt. Geslaagd designwerk van de mannen uit Hamamatsu. Met z’n adventure-uitstraling, 500 cc, 47 pk, 19-duims voorwiel en verhoogde vering vooraan is hij helemaal klaar voor het avontuur.

Ik heb altijd al een boontje gehad voor lichte tweecilinders. Dat heeft veel te maken met het feit dat je hun blok volledig kan uitwringen zonder dat je in je broek schijt. Sportief rijden, het toerental tegen de begrenzer jagen en toch binnen de snelheidslimiet blijven kan perfect met dit soort motoren, en je hebt er nog hopen plezier bij.

Dat is ook zo op de CB500X. Zwaai een been over het zadel en de zithoogte is het eerste wat opvalt. Helemaal niet zo Lees verder

Test: KTM 1290 Super Duke GT

KTM heeft al jaren de meest radicale der supernakeds in de stal staan: de 1290 Super Duke R. Een beest van een motor, die dit jaar een volledige make-over kreeg. Blijkbaar zag iemand bij KTM enkele jaren geleden toerpotentieel in The Beast: zet er een scherm op, voeg een grote tank toe en plak er koffers aan. Et voilà, de KTM 1290 Super Duke GT is geboren. Bij eender welke constructeur zou je op staande voet ontslagen worden, niet zo bij KTM. Daar zijn zelfs de toermachines Ready to Race.

Het 2020-model van de GT is nog gebaseerd op de vorige generatie van de Super Duke. Van het originele, knotsgekke blok werd amper iets afgeroomd en blijven 175 paarden en 141 Newtonmeters over. Meer dan genoeg om van de GT een echte raket te maken. Een raket om mee te reizen in stijl. Hoewel het Kiska ontwerp niet ieders meug is, valt de GT op door de agressieve koplampen die geflankeerd worden door de in de tank geïntegreerde LED-bochtenverlichting en -pinkers. Ook de brede schouders en slanke heupen vallen op, en de koffers passen wonderwel in het geheel. Een meer dan geslaagde designmix waarop ik geregeld Lees verder

Test: Cardo Packtalk Bold

Dit is een gastbijdrage van Shih. Want als een van je motormaatjes een techfreak en gadgetgeek is, en je samen al flink wat kilometers hebt gereden met een intercomsysteem, dan vraag je dat motormaatje toch gewoon om een review van dat intercomsysteem te schrijven. Hier gaan we.

Vorig jaar ging ik op Tournée Pyrénée met Jean. Een dikke week onderweg met tent, slaapzak en een berg bagage. Omdat het mijn allereerste motortrip was, zat ik met een hoop praktische vraagstukken.

Eentje daarvan was hoe we met elkaar zouden communiceren tijdens het rijden. Moesten we elkaar inhalen, en dan zwaaien en gebaren? Ik had een beter idee: een bluetooth-intercomsysteem.

Mijn helm was daar al mee uitgerust, dus als Jean er ook eentje zou aanschaffen was het zaakje geregeld. Maar mijn BMW Motorrad communicatiesysteem schoot tekort. Het is perfect als je alleen rijdt en je naar muziek wil luisteren, telefoontjes wil plegen, of met je duo wil babbelen (als die hetzelfde systeem heeft tenminste). Maar een babbeltje met je voor- of achterrijder? Vergeet het maar.

Onze zoektocht bracht ons bij de Cardo Packtalk Bold. Op papier een van de meest geschikte systemen voor rider-to-rider-communicatie, onder meer door de DMC-technologie (of in ’t lang Dynamic Mesh Communication). Da’s de tegenhanger van bluetooth-intercomsystemen. Je hoort Lees verder