Getest: Suzuki V-Strom 1000 Adventure

Dat allroads het tegenwoordig goed doen, vertelde ik al in de vorige review. Dat ze dus in alle maten en kleuren komen, mag niet verbazen. Van 650 cc tot 1300 cc en alles daartussen.

In de 1000 cc-klasse speelt Suzuki de V-Strom 1000 uit, vorig jaar werd hiervan de tweede generatie gelanceerd. Rechtstreekse concurrenten: de Kawasaki Versys 1000, Triumph Tiger Sport en KTM 1050 Adventure.

suzuki-v-strom-1000-gras

Dat Suzuki geen plannen had om de krachtpatser van het pak te worden blijkt uit de cijfers:
Suzuki V-Strom 1000: 1037 cc 2-cilinder met 101 pk en 103 Nm voor 228 kg
Kawasaki Versys 1000: 1043 cc 4-cilinder met 120 pk en 102 Nm voor 250 kg
Triumph Tiger Sport: 1050 cc 3-cilinder met 125 pk en 104 Nm voor 235 kg
KTM 1050 Adventure: 1050 cc 2-cilinder met 95 pk en 107 Nm voor 212 kg

Wat dan wel de plannen waren? Een degelijke, comfortabele no-nonsensefiets bouwen waarop het aangenaam kilometervreten is. Lijkt een beetje op de omschrijving van de vorige geteste Suzuki: de GSX1250FA. Toch vallen de verschillen snel op. Zo is het design van de V-Strom heel wat hedendaagser, het afwerkingsniveau hoger en tref je aan boord ook meer snufjes aan.

suzuki-v-strom-1000-flank

Karakterkopje

De V-Strom 1000 is bijvoorbeeld de eerste Suzuki met tractiecontrole. Die kan je via een knop op het stuur uitschakelen of in twee gevoeligheden instellen. De linkerduim kan ook vlotjes Lees verder →

Getest: Triumph Tiger 800 XRx

Allroads doen het al jaren goed op de markt. Logisch dat Triumph zich ook in de strijd mengde. De Tiger 800 werd in 2010 gelanceerd en kreeg pas een update. Vanaf nu heb je de keuze uit maar liefst zes variaties.

De Tiger 800 XR en XC zijn de twee basismodellen. De XR (met de R van road) is straatgericht terwijl de XC (met de C van crosscountry) meer van offroad houdt. De XC heeft bijvoorbeeld gespaakte wielen en aanpasbare voor- en achtervering van WP, terwijl de XR gegoten aluminium wielen kreeg en met Showa stijver staat afgeveerd.

triumph-tiger-800-xrx

Daarnaast zijn er de Tiger 800 XRx en XCx. Beide modellen hebben onder meer cruisecontrol, een middenbok (handig, want ketting), uitgebreide tripcomputer, handkappen en een tweede 12v aansluiting. De XRx doet daar een comfortzadel en verstelbaar windscherm bij, de XCx wat meer bescherming voor offroadbraspartijen.

De x-modellen beschikken daarbovenop over rijmodi: Road, Offroad en Rider. Road geeft een normale gasreactie, abs-instelling en tractiecontrole. Offroad geeft een zachtere gasrespons, laat licht blokkeren van het voorwiel en volledig blokkeren van het achterwiel toe, en beperkt de tractiecontrole zodat je offroad lustig kan driften. Tot slot is er de Rider modus, en die kan je volledig naar je hand zetten. De gasreactie kan op Sport, Road, Rain of Offroad, en de abs en tractiecontrole kunnen op Road, Offroad of Off.

triumph-tiger-800-xrx-zijkant

Keuzestress?

Kan je nog volgen? Want naast de basis- en de x-modellen zijn er sinds deze week  Lees verder →

Getest: Suzuki GSX1250FA Touring

De Suzuki GSX modellen hebben stuk voor stuk een viercilindermotor tussen de wielen steken. Die met de grootste longinhoud is de GSX1250FA: 1255 cc. Deze sporttoerer komt in België nu ook in Touring-variant op de markt, waarmee hij zich waagt tussen andere toerbuffels als de Triumph Trophy, BMW R 1200 RT en Yamaha FJR1300.

suzuki-gsx1250-fa-zijkant

Dat Touring-aanhangsel brengt niet zo heel erg veel extra uitrusting met zich mee: een vario windschermpje, een top- en twee zijkoffers. Daarmee moet je het doen. Gelukkig heeft het basismodel al een mooi gestroomlijnde volkuip, zodat de GSX1250FA Touring zijn naam gerust mag dragen.

Opboksen geblazen

De eerste vraag is of deze Suzuki wel opgewassen is tegen de toch wel geduchte concurrentie. En dan laat zijn USP zich meteen horen: met een prijs van 9.990 euro neemt hij onmiddellijk een paar straatlengtes voorsprong op hoger genoemd gebuffelte. De basisprijs van de Yamaha FJR1300 is 16.000 euro. Meteen een gat van 6.000 euro. En da’s dan nog de goedkoopste van de drie concullega’s.

suzuki-gsx1250-fa-neus-close

Of dat prijskaartje genoeg is om de concurrentie straatlengtes voor te blijven is de tweede vraag. Want het prijsverschil zit ergens in natuurlijk. Terwijl anderen goochelen met cruisecontrol, verwarmde handvaten, elektrisch verstelbare ruit, tractiecontrole, verschillende rijmodi en andere luxepaardsnufjes, heeft deze Suzi niets van dat alles. Back to basic, geen franjes, geen gedoe. En wie de optielijst opduikelt, komt van een kale kermis thuis. Tenzij je op zoek bent naar een tankpad of wielstriping.

Niet dat de GSX1250FA Touring helemaal kaal is. ABS, in de hoogte verstelbare zit en middenbok krijg je standaard. Dat laatste komt van pas, want Suzi brengt z’n power via een ketting over naar het achterwiel. Terwijl je bij een toermotor misschien eerder een cardan verwacht. Scheelt wel weer een paar eurootjes als je langs de kassa passeert.

suzuki-gsx1250-fa-zijkoffer

Vallende steekjes

De scherpe prijs van de Suzuki GSX1250FA Touring laat zich echter niet alleen merken aan Lees verder →

Kort getest: BMW F 800 R

M’n 650 GS moest een paar keer meer dan verwacht overnachten bij Peter Motor Works, dus kreeg ik een BMW F 800 R mee als vervanger. Nee, niet het nieuwe 2015-model, maar de vorige R die geïntroduceerd werd in 2009. Een rode met net geen 20.000 km op  de teller.

bmw-f-800-r-red

De F 800 R is de kleinste naked van BMW. De parelleltwin van 798 cc levert 90 pk af en 86 Nm koppel bij 6000 toeren. Al vanaf de eerste meters valt op dat dit een speels beestje is. Niet zo speels als de Triumph Street Triple R, maar ook de BMW daagt je uit. De Triumph heeft het voordeel van z’n 3de cilinder, wat hem over het hele toerenbereik veel punch geeft. Niet dat het de BMW aan veel ontbreekt. Hij kan in alle toeren vlot weg, maar vooral met de toerennaald richting rood kan je ‘m flink op de staart trappen. Het lijkt wel of z’n adem niet op kan. Agressief, zoals de Ducati Monster 821, wordt deze BMW echter nooit. Op een onverwachte wheelie (zoals de Ducati) zal hij je niet trakteren, al voel je ‘m wel licht in de neus worden als je de gas snel opendraait. En in tweede doortrekken tot 120 is ook geen probleem.

bmw-f-800-r

Dat brede bereik in tweede is erg makkelijk tijdens het filefilteren. Schakelen? Niet nodig. Z’n geluid speelt dan ook in je voordeel. In lage toeren produceert de BMW F 800 R een mooie brom, vanaf 6000 toeren word je op gehuil getrakteerd. Niet zo verslavend als het geluid van de eerder genoemde Triumph, maar deze BMW doet z’n best. En als een (autorijdende) collega je vertelt dat hij je ’s morgens in de file heeft horen aankomen, dat klinkt toch als muziek in de oren?

Minder leuk is Lees verder →

Kort getest: BMW F 650 GS (twin)

Mijn BMW F 650 GS mono moest binnen wegens versleten lagers in de achterveer en -as. Antwerp Moto Store sloot onlangs de deuren, dus ging ik om praktische redenen naar BMW Brussels Motorrad, en niet naar het kersvers geopende Meeusen Motoren Antwerpen. De Brusseleirs gaven me een BMW F 650 GS twin mee als vervangmotor. 300 km mee gereden, goed voor een kort testverslag.

bmw-f-650-gs-twin

De BMW F 650 GS twin volgde de mono op in 2008. Het kleinste enduromodel van BMW kreeg er niet alleen een cilinder bij, maar ook meer pk’s (van 50 naar 71) en meer cc’s (van 652 naar 798). Dat verschil is direct voelbaar: de 650 GS twin is een pak vinniger. Agressief kan je ‘m echter niet noemen, daarvoor rijdt hij te smeuïg. In eerste en vooraan in tweede reageert hij wel heel bokkig op bruusk gashendelgedraai.

Als je van een 650 mono op een 650 twin stapt, merk je onmiddellijk het hogere zadel op. Ik kan nog steeds met beide voeten plat op de grond, maar wie minder cm’s meet moet het mogelijk met minder comfort doen.

Je zit ook iets meer voorover, waardoor de twin sportiever aanvoelt, terwijl de mono meer relaxed rechtop rijdt.

Verdere pluspunten die ik noteerde t.o.v. de BMW F 650 GS mono, naast de pittigere motor:

– Handvatverwarming die duidelijk meer warmte afgeeft dan die op mijn mono. Een uurtje autostrade aan 5°C pijnigt de vingers evengoed maar is net te doen.
– De koplamp geeft een flinke lichtbundel. De switch van een gloeilamp op de mono naar een halogeenlamp op de twin is opmerkelijk. Wat moet dat met xenons geven?!
– De twin maakt geluid. Iets wat je van de mono moeilijk kan zeggen. Voor het ietwat nasale, knorrige geronk zal je niet direct vallen, maar beter dan de mono is het alleszins. En je kan je al eens laten horen als dat nodig is. In de file bijvoorbeeld.
– 6 versnellingen betekent meer comfort aan autostradesnelheden (de mono heeft 5 versnellingen). De 650 GS twin is heel vergevingsgezind als je een of meer versnellingen te hoog of te laag zit. En de versnellingsindicator op het digitale dashboard: superhandig.

Er zijn echter ook minpunten:

Lees verder →

Getest: Ducati Monster 821

ducati-monster-821-dark

De Ducati Monster is een icoon. In 1993 brachten de Italianen de eerste Monster op de markt en sindsdien kwamen heel wat verschillende Monsters uit. De nieuwste in het rijtje is de Monster 821. Die nestelt zich tussen de 796 en de 1200, en kreeg de 821 cc motor van de Hypermotard ingelepeld.

ducati-monster-821

Monsterlijke looks

De Monster is waarschijnlijk de naked bike met de meest instant likeable look, en dat al jàren. Ronde koplamp, typische buizenframe, compacte gestalte. De 821 sluit mooi aan bij deze typische Monster-kenmerken. Klinkt misschien niet spannend, maar wie een Monster koopt, wil gewoon de klassieke Monster-look.

De 821 heeft z’n dubbele uitlaat laag gemonteerd, ledlampjes in de koplamp (wat we ook bij de Ducati Scrambler zullen zien) en een volledig digitaal dashboard.

ducati-monster-821-teller

Ik kreeg een matzwarte 821, officieel de 821 Dark genaamd. Persoonlijk vind ik dat de minst mooie kleur. In het rood of wit komt zijn typische design er veel sprekender uit. Maar je betaalt er ook voor. De 821 Dark kost 10.220 euro, terwijl je voor een witte of rode 500 euro meer neertelt. Je krijgt er dan wel een zadelkapje bij, hoewel ik dat niet per se als een pluspunt zou zien.

Dat Ducati wel eens als duur wordt beschouwd, counterde Maarten van Ducati Zaltbommel met Lees verder →

Getest: Triumph Street Triple R

triumph-street-triple-r-stickers

De Bonneville had ik nog maar pas teruggebracht of Triumph schotelde me een Street Triple R voor. En dan hap je toe. Zeker als je een collega hebt die met een Street Triple rijdt en er niks dan lof over heeft. Daarom een testverslag aan de hand van quotes van collega Nicolas:

triumph-street-triple-r

“Een driecilinder is het ultieme compromis.”

Kenmerkend voor de Triumph Street Triple is zijn driecilinder. Ik was curieus wat dat ging geven, de eerste keer op zo’n driepitter.

Een driepitter zegt een motorleek wellicht niks, maar je moet geen rekenwonder zijn om te weten dat je met een driecilinder tussen de 2 en de 4 cilinders zit. Je geniet van de voordelen van beide: het nerveuze van een tweecilinder, de power van een viercilinder. In de realiteit betekent dat koppel in overvloed, maakt niet uit in welk toerental je vertoeft.

675 cc lijkt niet enorm veel, maar je hebt wel drie van die 675-cilinders ter beschikking. En 106 pk voor 182 kg is ook niet mis. Het acceleratievermogen van de Street is dan ook verbluffend. Toerental of versnelling maakt niet uit, de Street gààt. Het lijkt alsof je niet optrekt per km/u maar met tientallen. Rustig op de autostrade rijden aan 100, een ruk aan het gas om een vrachtwagen in te halen en voor je het beseft zit je in snelheidsboetezone. Oppassen.

triumph-street-triple-r-tankdop

“Die van jou is knap, maar die van mij is knapper.”

Nicolas rijdt met het vorige model van de Street Triple, die met de ronde koplampen. Akkoord, de nieuwe vijfhoekige lampen zijn wat minder instant likeable. En de algemene look van de Street Triple, je moet ervan houden. Hij heeft, zeker met de nieuwe koplampen, wat van een Japanner. De echte naked streetfighterlook dus.

triumph-street-triple-r-voorkant

Toch went die look hoe meer je ‘m ziet. Tegen het einde van mijn testweek begon ik ‘m zelfs mooi te vinden. De verzorgde afwerking zal daar iets mee te maken, met bijvoorbeeld fijne details als metallic rode bouten of de mooie metaallak.

Ook andere features, zoals de spiegels (die prima achteruitzicht bieden) en de digitale display met uitgebreide info, zijn top.

Ik reed met de Street Triple R. Die verschilt op een aantal punten met de Street Triple, zoals aangepaste veerinstellingen, een hogere achterkant, vier i.p.v. twee Nissin zuigers op de voorrem en pinstripes op de velgen. Visueel oogt hij wat beter, motorisch is er echter geen verschil.

triumph-street-triple-r-vogelperspectief

“Oh, en z’n geluid!”

Typisch Street Triple is zijn zoemende geluid. Daarbovenop komt een Lees verder →