Terug op baanbanden

De noppen van de Anakee Wilds waren bijna verdwenen, in het midden van het loopvlak toch. 21.102 km hebben ze gedaan. De voorband nog niet helemaal bandenkerkhofklaar, de achterband ver op.

De eerste paar duizend km’s was ik niet erg tevreden van deze Michelins. Ze gaven het gevoel dat ze al vanaf de eerste kilometer vierkant waren gereden. Duwen om ze in de bocht te krijgen en dan plots het kantelmoment. Nogal vervelend. Paar keer gezworen dat dit m’n eerste en tegelijk laatste set Anakee Wild zou zijn. Gelukkig verdween die vierkante ervaring uiteindelijk.

Nu moet ik me echter bedenken. Na de – eerlijk gezegd te lange – inrijperiode doet de band het zeer goed. Goeie grip, wat vooral opviel op natte stroken hersteld wegdek. De achterkant op Heidenau K60 en Continental TKC 70 werd er zenuwachtig van, de Wilds behielden makkelijker hun cool. Daarnaast kwam na het inrijden het vierkante gevoel nooit terug, iets waar ik met andere banden wel altijd last van kreeg.

Tijd voor vers rubber dus. Deze keer wou ik geen allroadband, want ik heb deze winter niet direct modderploeterplannen. En bovendien heb je aan een band à la TKC 80 of Anakee Wild eigenlijk niks in zo’n bad vettigheid. Het was lang geleden – van 2013 om precies te zijn – maar het mocht weer een 100% baanband worden.

Tijdens mijn zoektocht naar een geschikte band kwam ik toevallig uit bij Lees verder

EICMA 2017: de 11 lekkerste onthullingen

1100 onthullingen op EICMA dit jaar, ik pik er mijn elf favorieten uit.

BMW F 750 GS en 850 GS

Zoals vooraf geteased lost BMW nieuw GS-geweld. Niet één, maar twee nieuwe modellen: de BMW F 750 GS en de BMW F 850 GS. De 850 heeft duidelijk een meer offroad- en tourgericht karakter, terwijl de 750 de toegankelijke instapper is.

Het volledig nieuwe motorblok krijgt een grotere longinhoud dan z’n voorloper, van 798 cc naar 853 cc. Meer paarden ook, 77 pk voor de 750 GS, 95 pk voor de 850 GS, en meer koppel: respectievelijk 83 en 92 Nm. Ter vergelijking, de BMW F 800 GS waarvan we afscheid nemen, heeft 83 Nm en 85 pk.

Naast dat nieuwe motorblok heeft de kersverse middenklasse-GS ook een pak meer technologie aan boord. Denk aan een 6,5″ TFT-display en de LED-koplamp. Twee rijmodi, ABS en tractiecontrole zitten in het standaardpakket, voor bochten-ABS en -tractiecontrole moet je bijbetalen. Geen gewichtsverlies helaas, integendeel. Vanaf 24 maart in de showrooms met Belgische prijzen van respectievelijk 9.690 en 12.150 euro (Nederland: 10.944 en 13.894 euro).

Yamaha Ténéré 700 World Raid Edition

Op EICMA 2016 deed Yamaha ons al watertanden met de T7 Concept bike. Dit jaar helaas nog geen aankondiging van een productieversie, maar een nieuw, meer productiegericht prototype, de Ténéré 700 World Raid Edition.

Het motorblok is gebaseerd op de tweecilinder van de MT-07, en verder zien we onder meer een Akrapovic-uitlaat en carbon-onderdelen.

Hoeveel daarvan zal overblijven in het productiemodel, is afwachten. Afwachten tot EICMA 2018 wellicht. En dan vermoedelijk nog wachten tot 2019 vooraleer de 700 Ténéré effectief gereden kan worden. Zucht.

Oh, de eerder voorgestelde Yamaha Niken was er ook nog. Ik weet nog altijd niet goed wat ervan te denken. Een veel te vroeg geloste aprilvis of de eerste écht opwindende leaning trike? Volgend jaar toch maar ’s testen?

 

Triumph Tiger 800

Hopla, nog een middenklasse-allroader. Triumph verbeterde chassis en motorblok van de Tiger 800 op meer dan 200 punten, de eerste versnelling werd verkort, er is een nieuw windscherm dat in vijf standen ingesteld kan worden, een TFT-display, LED-koplamp, en de joystickknop die ik op de Street Triple al zo handig vond. En nog veel meer.

Voornaamste punt van kritiek bij de vorige Tiger 800 was Lees verder

Test: Lazer Monaco Evo Carbon

Sinds december vorig jaar gebruik ik de Monaco Evo Droid Pure Carbon van Lazer Helmets. Intussen zijn we een klein jaar en zo’n 30.000 km verder, heb ik ’s zomers en ’s winters gereden, door ijzige kou, in gietende regen en onder een bloedhete zon. Tijd voor de review.

De Monaco Evo Droid Pure Carbon is een systeemhelm van het Belgische Lazer Helmets. Niet zomaar eentje. Hij is uit carbon vervaardigd, waardoor hij in maatje small slechts 1350 gram weegt. Volgens Lazer is het daarmee de lichtste systeemhelm op de markt. Daarnaast is het fotochromatische vizier een opvallende feature. Het prijskaartje is navenant: om en bij de 500 euro tel je neer voor deze helm. Of hij dat waard is? Over naar de details.

Styling

Systeemhelmen zien er meestal net wat plomper uit dan integraalhelmen. Oorzaak daarvoor is uiteraard de klep die open kan en het mechanisme om de klep te openen en te sluiten. Toch ziet de Lazer Monaco Evo er slanker uit dan de gemiddelde systeemhelm.

In de Pure Carbon uitvoeringen is de carbonstructuur mooi zichtbaar onder een matte laag. De klep is niet van carbon, maar van een glanzend plastic. De afwerking zit goed, met oog voor detail, zoals de in de achterkant verwerkte reflector.

Naast de versie uit carbon kan je kiezen voor een gewone, door Lazer “Glass” gedoopte, versie. De prijs is wat lager, het gewicht wat hoger.

Pasvorm

Heb je een smal hoofd of ben je een dikkop? Of een helm lekker zit, is iets heel persoonlijks. Bovendien kan er heel wat verschil zitten tussen de pasvormen van de diverse helmmerken. En sowieso zitten systeemhelmen doorgaans minder strak dan integraalhelmen. Passen is dus de boodschap.

De Monaco Evo zit Lees verder

Test: Ducati Multistrada 950

Laat de naam Ducati vallen en iedereen denkt automatisch aan flitsende racemachines of brute Monsters. Nochtans staat in Ducati’s geschiedenisboeken al jaren een hoogpoter: in 2003 werd de Multistrada 1000DS geïntroduceerd. De 1200 kwam er in 2010 en zet vandaag 160 pk en 136 Nm neer. Voor wie dat wat erover vindt, is er sinds dit jaar de Multistrada 950. Minder elektronica, minder power en minder duur. Maar maakt al die minder er ook een mindere rijervaring van? Ik zocht het uit.

De Multistrada 950 haalt de mosterd uit twee potten: voor het rijwielgedeelte werd leentjebuur gespeeld bij de Multistrada 1200 terwijl de 937 cc Testastretta twin uit de Hypermotard 939 stamt.

Op papier maakt dat de “kleine Multistrada” een pak minder indrukwekkend dan zijn grote broer. Met 113 pk en 96 Nm verbleekt de 950 naast het kanon dat de 1200 is. In het elektronicapakket werd eveneens flink gewied: onder meer cornering ABS, cruise control en semi-actieve ophanging vliegen eruit, maar ride-by-wire, vier rijmodi en tractiecontrole blijven. Uiteraard drukt die downgrading de prijs: van 17.390 euro voor de basic 1200 naar 13.690 euro naar de 950 (in België, de Nederlandse prijzen: 20.590 versus 15.890 euro). Op de weegschaal is er van de vermageringskuur echter nauwelijks iets te merken: van 209 kg (voor de basic 1200) naar 205,7 kg droog.

Zelfs mét een rits budgetingrepen blijft de Multistrada 950 een knappe, zorgvuldig afgewerkte verschijning. De strijdlustige neus en brede tank imponeren, maar in het zadel krijg je een ander, erg toegankelijk gevoel. Je zit eerder in dan op de motor en ondanks de vrij brede tank oogt de voorsteven compact eens je zit. Bovendien is het zadel vrij smal, met een standaard zithoogte van 840 mm (niet verstelbaar). Daardoor kon ik vlot met de voeten aan de grond. Die elementen samen maken dat de 950 ineens een stuk kleiner aandoet.

Van slak tot driftkikker

Die ervaring wordt versterkt als je vertrekt. De motor voelt zeer uitgebalanceerd aan. Absoluut geen gevoel van een hoog zwaartepunt. Samen met de brede stuuruitslag en de goede doseerbaarheid van de gas geeft dat direct vertrouwen.

Een Ducati die niet sportief is, dat moet godslastering zijn. Gelukkig is de 950 overduidelijk van Bologna afkomstig, want ook al moet hij het rooien met 47 hengsten minder dan de 1200, knallen kan hij. Vanaf 4000 toeren Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 3)

(klik hier voor deel 2)

Dag 6, maandag 21 augustus

Start: 8u55, Camping Miravalle, Campitello di Fassa (Italië)
Finish: 17u40, Camping Presanella, Temù (Italië)
Afgelegde afstand: 285 km
Afgevinkt: Costalungopas, Mendelpas, Forcella di Brez, Stelviopas, Gaviapas
Gemiddelde snelheid: 46 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,2 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

Gisteren mocht ik bij het inchecken op Camping Miravalle niet direct betalen. “Enkel bij het uitchecken, meneer. Nee, geen uitzonderingen.” Om 8 uur is het dus file aan de receptie. Direct een serieuze vertraging van de start. Prijs voor een nacht voor 1 persoon, tent en motor: 29 (!) euro.

Ik neem afscheid van de Dolomieten met de Costalungopas. Niet zo impressionant als de passen van gisteren, maar toch een paar mooie uitzichten op weeral een joekel van een rotsformatie, en met een mooie doorsteek door de bossen.

De Mendelpas heeft een beetje vanalles in huis. Een paar haarspeldbochten, enkele fijne lange draaiers en hier en daar een stuk waar je de gaskraan ‘s flink kan opendraaien. Maar ook opletten geblazen met gevaarlijke blinde bochten, erg smalle passages en kapot asfalt. Hoe dan ook, ik kan me voorstellen dat als je in de buurt woont, dit tot je favoriete lappen asfalt behoort.

Van drukte is hier trouwens geen sprake. Dat was deze morgen wel anders. Niet enkel staan aanschuiven aan de receptie maar ook in het dorp en de daaropvolgende dorpen was het bumper aan bumper.

Op de Forcella di Brez valt opnieuw de slechte staat van het wegdek op. Dit pasje moet je niet nemen voor de uitzichten, maar het maakt veel goed met fijn bochtenwerk doorheen de bossen. Ook hier: geen kat te bespeuren.

Daarna moet ik een eentonig stuk richting Stelvio verteren. Even op de tanden bijten. Vandaag klim ik vanuit Prato allo Stelvio omhoog. Zaterdag was de zuidbeklimming niet echt moeilijk, maar vandaag is wel even anders. Het is weer wennen aan dit type haarspeldbochten, want in de Dolomieten kom je ze niet tegen aan deze frequentie en moeilijkheidsgraad. Bovendien is het superdruk op de Stelviopas. Auto’s, motoren, fietsers, bussen en zelfs één takelwagen die zich – oh ironie – heeft vastgereden in de eerste steile haarspeldbocht.

Ik moet de volle aandacht erbij houden, constant. Andere Stelvio-klimmers en -dalers nemen soms hun bocht verkeerd en brengen me daarmee in de problemen. En ja, soms is hier ook mijn eigen schuld.

Dat maakt dat de beklimming van de noordkant een pak spannender is dan de klim twee dagen geleden vanuit Bormio. Ook al omdat je hier 48 bochten op je bord krijgt, aan de zuidkant zijn er dat 14 minder. Je wordt gelukkig beloond met een sensationeel panorama.

De afdaling naar Bormio gaat erg vlot. Zo druk de bergop was, Lees verder

Test: Triumph Street Triple RS

In 2014 was de Street Triple een van m’n favoriete testmotoren van dat jaar. Drie jaar later is hij nog steeds een van m’n favoriete testmotoren tout court. Dus toen Triumph een grondige update van deze pittige naked onthulde, stond ik te popelen om dat nieuwe speelgoed te proberen.

De nieuwe Street Triple verschilt geen klein beetje van z’n voorganger. Het driecilinderblok werd grondig vernieuwd en kreeg een grotere longinhoud: van 675 cc naar 765. De gaskraan wordt vanaf nu bediend via ride-by-wire. Tractiecontrole krijg je standaard. En ook z’n uiterlijk werd bijgeschaafd. De dubbele vijfhoekige koplamp van het vorige model, die de Street-fans van het eerste uur nogal kritisch onthaalden, werd lichtjes afgerond. Ziet er in mijn ogen een pak beter uit. Alleen het kontje vind ik wat karakterloos in vergelijking met z’n markante kop.

Drie maal triple

Wie een Street gaat shoppen, krijgt mogelijk met keuzestress te maken want: drie uitrustingsniveaus om te wikken en te wegen. Te beginnen met de S, de instapversie. 113 pk, wat 7 hengsten meer is dan de vorige generatie. De lcd-display van de vorige Street kreeg een upgrade, en met Road en Rain beperkt Triumph de rijmodikeuzestress tot twee. Prijs: 9.380 euro in België en 10.500 euro in Nederland.

Een flinke stap hoger op het schavot staat de R. 118 pk en 77 Nm, wat 4 Nm meer is dan de S en 9 meer dan de voorganger. De lcd-display wordt ingeruild voor een 5” TFT-kleurendisplay, de niet-regelbare Showa SFF voorvork wordt vervangen door de volledig instelbare SF-BPF, de enkel qua voorspanning regelbare Showa monoshock achteraan maakt plaats voor een volledig instelbare, de rijmodi worden verdubbeld (Road, Rain, Sport en Rider) en aan je linkerduim verschijnt een handige joystickbutton. En de remmen zou ik nog vergeten: op de R zitten vooraan Brembo M4.32 radiale monoblocs met 4 zuigers, terwijl dat op de S Nissins met 2 zuigers zijn. De ABS is vanaf de R uitschakelbaar. En slipkoppeling, dat komt er ook nog bij. Prijs: 10.580 euro in België en 11.900 euro in Nederland.

En dan belanden we bij de topversie, de RS. De paardenstal wordt nog verder uitgebreid tot 123 pk, maar de newtonmeters blijven gelijk, hoewel ze bij de RS later vrijkomen (10.800 toeren bij de RS, 9.400 toeren bij de R). De voorvork wordt een volledig regelbare Showa BPF, achteraan zien we een Öhlins STX40 monoshock (uiteraard ook volledig instelbaar), de Brembo’s vooraan luisteren naar de naam M50. Verder krijg je er ook nog een quickshifter bovenop, een extra rijmodus (Track) en een laptimer. Prijs: 11.880 euro in België en 13.400 euro in Nederland.

Met die RS mocht ik een weekje gaan sjezen en oh, wat was het een blij weerzien. De Street Triple is nog altijd een speelse motor die je zo mak als een lammetje langs een flikkencontrole kan leiden, om 50 meter verder weg te stuiven als een op hol geslagen stier met een legertje in rood gestoken torero’s in het vizier. Om maar te zeggen, beschaafd of ultrasportief, het kan allebei.

Van stapvoets tot racen op Mettet

Traag rijden is geen evidentie met de Street, en dan bedoel ik dat het vooral van de bestuurder heel wat beheersing vraagt. Nochtans laat een stapvoetse Street zich perfect in toom houden en is de gasreactie onderin allesbehalve nerveus. Constante snelheden rond de 2.000-3.000 toeren vindt hij echter maar niks. Dan voel je ‘m schudden. En bij trage manoeuvres voel je dat z’n gewicht in de neus zit en sturen niet bepaald licht aanvoelt. Dat gevoel verdwijnt volledig van zodra de gaskraan verder open mag. En per slot van rekening koop je een Street Triple niet om traagheidsrecords te breken.

Om de sportieve kant van de nieuwe Street te ontdekken trok ik een dagje naar het circuit van Mettet (korte impressie daarvan alhier). Een vrij technisch, bochtig circuit, waar deze triple duidelijk in zijn sas was. Hij heeft Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 2)

(klik hier voor deel 1)

Dag 4, zaterdag 19 augustus

Start: 8u35, Camping Morteratsch, Pontresina (Zwitserland)
Finish: 17u00, Camping Zögghof, San Leonardo in Passiria (Italië)
Afgelegde afstand: 350 km
Afgevinkt: Berninapas, Stelviopas, Umbrailpas, Ofenpas, Pillerhöhe, Timmelsjoch
Gemiddelde snelheid: 55 km/u
Gemiddeld verbruik: 4,9 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

Na een regennacht wil ’s morgens zowaar de zon even doorbreken. Snel de natte tent inpakken en wegwezen, want de weersvoorspellingen beloven nog steeds niet veel goeds. M’n Aldi-tentje van 30 euro heeft na twintig jaar duidelijk z’n beste tijd gehad. De naden beginnen te lekken en ook het grondzeil sloeg vannacht lek. Tijd dat ik naar een nieuwe tent uitkijk. En hopen dat de volgende nacht droog blijft.

Maar goed, we gaan geen tent shoppen vandaag, we gaan rijden. Eerst het stukje Berninapas dat niet in m’n oorspronkelijke route zat. De bergen spelen verstoppertje achter het wolkendek en laten zich maar af en toe zien. Ik maal er niet om, het zicht op de baan is goed, er is nul verkeer, fijn rijden zo.

De lange afdaling van de Bernina steekt de Zwitsers-Italiaanse grens over en eindigt in Tirano, waar het opvallend druk is. Op naar Bormio via een slaapverwekkende verbinding, tenzij je tunnelfobie hebt. Kilometers en kilometers van dat.

Vandaag doe ik de zuidelijke kant van de Stelviopas en buig dan af naar de Umbrailpas. Het is zaterdag, dus ik verwacht veel volk op deze beroemde pas, vandaar ook dat ik mijn oorspronkelijke route – waarbij ik de Stelvio op zondag zou trotseren – heb aangepast: maandag zal ik pas de volledige Stelviopas, van noord tot zuid, trotseren. Hopend dat de drukte dan minder is.

Toch valt de toestroom op de Stelviopas vandaag goed mee. Ik moet geregeld een auto voorbijsteken omdat het tempo in de haarspeldbochten anders vervelend traag is, maar al bij al had ik meer verkeer verwacht.

De Stelvio verdient z’n bekendheid zonder meer, ja zelfs de iets minder bekende zuidelijke kant. Heerlijke reeks kronkels met een Lees verder