2014 in cijfers

Kilometerstand 1 januari: 29.100 km
Kilometerstand 31 december: 47.279 km
Afgelegde kilometers in 2014: 18.179 km

Aantal dagen met de motor naar het werk: 190

5 moto’s getest (Harley-Davidson Iron 883, Triumph Bonneville T100 Black, Triumph Street Triple R, Ducati Monster 821, BMW F 650 GS twin) en 1 maxiscooter (BMW C evolution).

1 screening gevolgd (M.A.G. Combi Screening) en 1 cursus (Endurofun Offroad Type 1)

2 keer op onderhoud geweest, op 30.000 en 40.000 km.
Beide keren bij Antwerp Moto Store (RIP).

0 ongevallen gehad.

4 keer gevallen, gelukkig allemaal offroad (3x tijdens de Endurofun Lenterit, 1x tijdens de Peter D’Haese goes Endurofun rit)

Dat was 2014!

Hoezo, motards en automobilisten kunnen mekaar niet uitstaan?

Automobilisten haten motards? Ik heb er mijn twijfels over. Bewijs: bij een avondlijk ritje van een goed half uur gebaarden maar liefst 4 automobilisten dat mijn achterlicht het niet meer deed. Merci mannen! (En voor de statistieken: het waren 3 BMW rijders en eentje met een Mercedes).

Zo zie je maar dat al dat motardgegroet naar vriendelijke automobilisten wel degelijk nut heeft.

En voor wie ook met een kapot achterlicht op z’n BMW F 650 GS mono zit, vervangen is kinderspel:

Lees verder

Kort getest: BMW F 650 GS (twin)

Mijn BMW F 650 GS mono moest binnen wegens versleten lagers in de achterveer en -as. Antwerp Moto Store sloot onlangs de deuren, dus ging ik om praktische redenen naar BMW Brussels Motorrad, en niet naar het kersvers geopende Meeusen Motoren Antwerpen. De Brusseleirs gaven me een BMW F 650 GS twin mee als vervangmotor. 300 km mee gereden, goed voor een kort testverslag.

bmw-f-650-gs-twin

De BMW F 650 GS twin volgde de mono op in 2008. Het kleinste enduromodel van BMW kreeg er niet alleen een cilinder bij, maar ook meer pk’s (van 50 naar 71) en meer cc’s (van 652 naar 798). Dat verschil is direct voelbaar: de 650 GS twin is een pak vinniger. Agressief kan je ‘m echter niet noemen, daarvoor rijdt hij te smeuïg. In eerste en vooraan in tweede reageert hij wel heel bokkig op bruusk gashendelgedraai.

Als je van een 650 mono op een 650 twin stapt, merk je onmiddellijk het hogere zadel op. Ik kan nog steeds met beide voeten plat op de grond, maar wie minder cm’s meet moet het mogelijk met minder comfort doen.

Je zit ook iets meer voorover, waardoor de twin sportiever aanvoelt, terwijl de mono meer relaxed rechtop rijdt.

Verdere pluspunten die ik noteerde t.o.v. de BMW F 650 GS mono, naast de pittigere motor:

– Handvatverwarming die duidelijk meer warmte afgeeft dan die op mijn mono. Een uurtje autostrade aan 5°C pijnigt de vingers evengoed maar is net te doen.
– De koplamp geeft een flinke lichtbundel. De switch van een gloeilamp op de mono naar een halogeenlamp op de twin is opmerkelijk. Wat moet dat met xenons geven?!
– De twin maakt geluid. Iets wat je van de mono moeilijk kan zeggen. Voor het ietwat nasale, knorrige geronk zal je niet direct vallen, maar beter dan de mono is het alleszins. En je kan je al eens laten horen als dat nodig is. In de file bijvoorbeeld.
– 6 versnellingen betekent meer comfort aan autostradesnelheden (de mono heeft 5 versnellingen). De 650 GS twin is heel vergevingsgezind als je een of meer versnellingen te hoog of te laag zit. En de versnellingsindicator op het digitale dashboard: superhandig.

Er zijn echter ook minpunten:

Lees verder

Getest: Ducati Monster 821

ducati-monster-821-dark

De Ducati Monster is een icoon. In 1993 brachten de Italianen de eerste Monster op de markt en sindsdien kwamen heel wat verschillende Monsters uit. De nieuwste in het rijtje is de Monster 821. Die nestelt zich tussen de 796 en de 1200, en kreeg de 821 cc motor van de Hypermotard ingelepeld.

ducati-monster-821

Monsterlijke looks

De Monster is waarschijnlijk de naked bike met de meest instant likeable look, en dat al jàren. Ronde koplamp, typische buizenframe, compacte gestalte. De 821 sluit mooi aan bij deze typische Monster-kenmerken. Klinkt misschien niet spannend, maar wie een Monster koopt, wil gewoon de klassieke Monster-look.

De 821 heeft z’n dubbele uitlaat laag gemonteerd, ledlampjes in de koplamp (wat we ook bij de Ducati Scrambler zullen zien) en een volledig digitaal dashboard.

ducati-monster-821-teller

Ik kreeg een matzwarte 821, officieel de 821 Dark genaamd. Persoonlijk vind ik dat de minst mooie kleur. In het rood of wit komt zijn typische design er veel sprekender uit. Maar je betaalt er ook voor. De 821 Dark kost 10.220 euro, terwijl je voor een witte of rode 500 euro meer neertelt. Je krijgt er dan wel een zadelkapje bij, hoewel ik dat niet per se als een pluspunt zou zien.

Dat Ducati wel eens als duur wordt beschouwd, counterde Maarten van Ducati Zaltbommel met Lees verder

Getest: Triumph Street Triple R

triumph-street-triple-r-stickers

De Bonneville had ik nog maar pas teruggebracht of Triumph schotelde me een Street Triple R voor. En dan hap je toe. Zeker als je een collega hebt die met een Street Triple rijdt en er niks dan lof over heeft. Daarom een testverslag aan de hand van quotes van collega Nicolas:

triumph-street-triple-r

“Een driecilinder is het ultieme compromis.”

Kenmerkend voor de Triumph Street Triple is zijn driecilinder. Ik was curieus wat dat ging geven, de eerste keer op zo’n driepitter.

Een driepitter zegt een motorleek wellicht niks, maar je moet geen rekenwonder zijn om te weten dat je met een driecilinder tussen de 2 en de 4 cilinders zit. Je geniet van de voordelen van beide: het nerveuze van een tweecilinder, de power van een viercilinder. In de realiteit betekent dat koppel in overvloed, maakt niet uit in welk toerental je vertoeft.

675 cc lijkt niet enorm veel, maar je hebt wel drie van die 675-cilinders ter beschikking. En 106 pk voor 182 kg is ook niet mis. Het acceleratievermogen van de Street is dan ook verbluffend. Toerental of versnelling maakt niet uit, de Street gààt. Het lijkt alsof je niet optrekt per km/u maar met tientallen. Rustig op de autostrade rijden aan 100, een ruk aan het gas om een vrachtwagen in te halen en voor je het beseft zit je in snelheidsboetezone. Oppassen.

triumph-street-triple-r-tankdop

“Die van jou is knap, maar die van mij is knapper.”

Nicolas rijdt met het vorige model van de Street Triple, die met de ronde koplampen. Akkoord, de nieuwe vijfhoekige lampen zijn wat minder instant likeable. En de algemene look van de Street Triple, je moet ervan houden. Hij heeft, zeker met de nieuwe koplampen, wat van een Japanner. De echte naked streetfighterlook dus.

triumph-street-triple-r-voorkant

Toch went die look hoe meer je ‘m ziet. Tegen het einde van mijn testweek begon ik ‘m zelfs mooi te vinden. De verzorgde afwerking zal daar iets mee te maken, met bijvoorbeeld fijne details als metallic rode bouten of de mooie metaallak.

Ook andere features, zoals de spiegels (die prima achteruitzicht bieden) en de digitale display met uitgebreide info, zijn top.

Ik reed met de Street Triple R. Die verschilt op een aantal punten met de Street Triple, zoals aangepaste veerinstellingen, een hogere achterkant, vier i.p.v. twee Nissin zuigers op de voorrem en pinstripes op de velgen. Visueel oogt hij wat beter, motorisch is er echter geen verschil.

triumph-street-triple-r-vogelperspectief

“Oh, en z’n geluid!”

Typisch Street Triple is zijn zoemende geluid. Daarbovenop komt een Lees verder

Geteld: hoeveel auto’s steek ik voorbij tijdens een ochtendrit naar het werk?

De E19 Antwerpen – Brussel. Vooral ’s morgens een niet te versmaden lap asfalt voor de filefijnproevers onder ons. Ik behoor echter niet tot die bevolkingsgroep. Filefilteren is een van de voornaamste redenen waarom ik een motor kocht.

Dat ik tijd win door mijn woonwerkritten per motor af te leggen, daar twijfelde ik niet aan. Maar hoeveel auto’s ik tijdens een gemiddelde ochtend voorbijsteek? Tijd voor een onderzoek dus, met deze aanpak:

Ik rijd elke werkdag ’s morgens de E19 op in Wilrijk en rijd helemaal tot aan de Brusselse ring. De E19 telt drie rijstroken tussen Kontich en Vilvoorde. Het grootste stuk dus. Omdat ik onmogelijk alle wagens tegelijk kan tellen die ik voorbijsteek, telde ik één rijstrook per dag. In drie dagen had ik zo een volledige telling.
Tussen de Craeybeckxtunnel en Kontich, en tussen Vilvoorde en de ring, zijn er vier rijstroken. De vierde rijstrook heb ik laten vallen, zoveel wetenschappelijke waarde moet dit onderzoek nu ook weer niet hebben.
Om het toch een beetje semiwetenschappelijk te maken heb ik deze telling drie keer uitgevoerd om daarmee een gemiddelde te kunnen berekenen.

De resultaten:

Linkerrijstrook: 330 voertuigen voorbijgestoken (maandag 1/9/2014)
Middenrijstrook: 492 voertuigen voorbijgestoken (donderdag 11/9/2014)
Rechterrijstrook: 212 voertuigen voorbijgestoken (vrijdag 12/9/2014)
Totaal: 1034 voertuigen op Dag A

Linkerrijstrook: 298 voertuigen voorbijgestoken (maandag 15/9/2014)
Middenrijstrook: 446 voertuigen voorbijgestoken (dinsdag 16/9/2014)
Rechterrijstrook: 253 voertuigen voorbijgestoken (woensdag 17/9/2014)
Totaal: 997 voertuigen op Dag B

Linkerrijstrook: 198 voertuigen voorbijgestoken (vrijdag 26/9/2014)
Middenrijstrook: 544 voertuigen voorbijgestoken (maandag 29/9/2014)
Rechterrijstrook: 579 voertuigen voorbijgestoken (dinsdag 30/9/2014)
Totaal: 1321 voertuigen op Dag C

Op een gemiddelde ochtend steek ik dus 1117 voertuigen voorbij, op een afstand van ongeveer 32 km. Dat komt neer op 35 auto’s per km.

Probeer dat maar ‘s met je auto. Succes!

Lees verder