Test: BMW S 1000 R

In 2009 deed BMW het supersportsegment wakker schieten met de introductie van de BMW S 1000 RR. Een ronduit superieur beest. En BMW hield het daar niet bij. Blok en geometrie van de RR werden aangepast, kuipwerk werd gestript, et voilà, in 2014 werd de S 1000 R geboren. Een naked roadster die zijn segmentconcurrenten het vuur aan de schenen kwam leggen.

bmw-s-1000-r-review

In juli testte ik de S 1000 RR en hoe fantastisch hij ook is, eigenlijk kan je enkel op circuit ervaren wat hij allemaal in huis heeft. De vraag is dan ook of een RR niet teveel van het goeie is als je zelden een circuitdagje boekt. Misschien is ietsje minder dan nog altijd meer dan je eigenlijk nodig hebt. En dat ietsje minder, da’s de S 1000 R.

Van goeie komaf

De BMW S 1000 R tapt uit hetzelfde vaatje als de RR: een waanzinnig krachtige 4-in-lijn motor van 160 pk (199 pk op de RR). Wie zegt dat hij die 39 pk op de openbare weg onmisbaar vindt, mag je gerust voor zot uitmaken. Want ook op de R is je rijbewijs behouden een hele opgave. Dat komt doordat BMW het blok aanpaste voor meer kracht in de lage en middenrange. Daardoor is de R onder de 9.000 toeren krachtiger dan de RR: 112 Nm bij 9.250 toeren. De RR moet je hoger in toeren jagen: 10.500 toeren om 113 Nm te halen. De begrenzer van de R grijpt in op 12.000 toeren (14.000 voor de RR).

bmw-s1000r-test

De R kreeg nog meer lekkers van de RR: de voortreffelijke remmen werden overgenomen, Race-ABS is standaard, de (optionele, onmisbare) quickshifter prijkt weer op de optielijst (al is die niet helemaal dezelfde als op de RR), en ook DTC (tractiecontrole onder hellingshoek) en DDC (semi-actieve vering) staan bij de opties. Wel afwezig op de R-optielijst: ABS Pro (bochten-ABS).

Het achterste van de tanden

Ik trok een dag naar Zolder (waarvan hier het verslag), op zoek naar het achterste van de R z’n tong. Op het circuit voelt hij zich uitstekend in zijn vel. Oké, de RR is er absoluut de heerser, maar met de R sla je verre van een mal figuur. Hij kan mee, met de vingers in de neus.

test-bmw-s-1000-r

Tuurlijk zijn er verschillen. De RR kan je onmogelijk van de wijs brengen, de R wordt daarentegen in hoge toeren wat onrustig in de neus. Een lichte instabiliteit die betekent dat je best hoger schakelt (op een punt waar je bij de RR nog moeiteloos een paar duizend toeren kan doortrekken). Dat het tijd is om op dat moment te schakelen, merk je ook aan het koppel: de piek ben je dan al voorbij (waar je bij de RR nog even verder kan om het maximale koppel te halen). Dat betekent dus dat de R op circuit wat meer geschakel vereist dan de RR. Op een snel circuit als Zolder toch. Ik kan me voorstellen dat je op Mettet minder van bovenstaande zal merken, hooguit op het stuk lang recht.

Maar dit is geen vergelijkende test (al is het verdomd moeilijk om niet telkens te vergelijken), en een R koop je niet enkel voor het circuit. Dus hoe presteert hij op de baan? Lees verder →

Test: Harley-Davidson Softail Slim S

Beginnen doen we met een kleine anekdote. Ik had met mijn fotografe afgesproken bij HD Fraussen: de Softail Slim S oppikken en dan rechtstreeks naar de fotolocatie voor de geplande shoot. “Rij maar achter me aan”, zei Nicky en daar gingen we. Nicky voorop in haar cabrio, dak naar beneden. Ik erachter, nog even wennen aan de dikke cruiser. Vlak na de eerste bocht: plotse vertraging van Nicky, een blik in de achteruitkijkspiegel, om dan weer vlot verder te rijden. Na de tweede bocht: een vragende duim omhoog, zo van “alles oké?”. Na de derde bocht: weer een bezorgde blik in de achteruitkijkspiegel. Eens aangekomen op de fotolocatie vroeg Nicky: “Problemen?” Ik: “Nee hoor, alleen schrapen de treeplanken in elke bocht over de grond.” Nicky: “Ah, dat was het! Ik dacht dat je problemen had met schakelen.” Dat deze Harley weinig grondspeling heeft, heb ik dus al verklapt.

harley-davidson-softail-slim-s

Maar eerst even introduceren. De Harley-Davidson Softail Slim S maakt sinds dit seizoen deel uit van het Harley-gamma, als stoerdere broer van de Softail Slim (zonder S dus). Waar de Softail Slim het doet met het Twin Cam 103B blok (1690 cc, 133 Nm), krijgt de Softail Slim S een Screamin’ Eagle Twin Cam 110B blok (1801 cc, 146 Nm). Meer power dus.

Stoere cruiser

Het overvloedige zwart geeft de S een stoer karakter. Motorblok, vork, rem- en ontkoppelingshendel, noem maar op: allemaal onder een laagje zwarte lak. Mijn exemplaar kwam in Olive Gold Denim, een matte vintage military look waar je van moet houden.

harley-softail-slim-s-review

De afwerking is erg verzorgd. Kabels proper weggewerkt, mooie details, het fraaie, licht gebogen Hollywood stuur, de achterschokbrekers knap aan het zicht onttrokken … Maar toch één pijnlijke fail: de plaat die rond de teller zit en over de (joekel van een) tank loopt, ziet er echt te cheap plastic uit.

De snelheid kan je op de teller aflezen zonder het hoofd ver naar beneden te moeten bewegen. In de kleine digitale partij onderaan de teller roep je via een knop links op het stuur info op: kilometerstand, twee dagtellers, versnelling/toerental, klok en autonomie.

harley-softail-slim-s-test

De Softail Slim S zit laag. Met 65 cm zadelhoogte kunnen ook de voeten van de kleiner dan gemiddelde mens vlotjes plat op de grond. Als je rijdt, zet je ze op de treeplanken. Nee, geen voetsteuntjes voor deze cruiser. Ook het rempedaal is flink uit de kluiten gewassen, en er zijn twee schakelpedalen zodat je kan kiezen: schakelen met de punt van je schoen of met de hak.

Dat schakelen doet hij correct, maar vrij zwaar. De neutraal speelt vaker verstoppertje dan tof is. En de display geeft niet aan in welke versnelling je zit van zodra je ontkoppelt. Niet altijd handig. De gasrespons is dan wel weer heel voorspel- en beheersbaar.

harley-davidson-softail-slim-s-review

Zware jongen

Deze Amerikaan mag dan wel Slim in zijn naam dragen, echt slank is hij niet. De kont kan je nog wel rank noemen, maar met zijn dikke kop en lange lijf oogt hij zwaar. Dat is hij ook: 321 kg bedrijfsklaar gewicht. Moet je deze flinke jongen uit je garage duwen, dan zul je het geweten hebben. Eventjes zweten.

Van het moment dat je rijdt, valt van die zwaarlijvigheid nog weinig te merken. Zelfs op lage snelheden is hij best wendbaar voor zijn gewicht en kleine manoeuvres lukken beter dan verwacht. Het lage zwaartepunt helpt uiteraard.

Met zijn grote krachtbron zou je ook grootse prestaties verwachten, maar nee, Lees verder →

Test: KTM 1290 Super Duke GT

ktm-1290-super-duke-gt-2016

De naam Super Duke zorgt al 10 jaar voor versnelde hartslagen en doldwaze dromen. De recentste versie, de KTM 1290 Super Duke R, is twee jaar oud. Tijdens de ontwikkeling van dat powerbeest zag KTM touringpotentieel en ging ermee aan de slag. Wie in januari op het Autosalon was kon daar het resultaat bepotelen: de KTM 1290 Super Duke GT.

Dergelijke combinatie van een sportieve motor met touringpotentieel én hoge poten, dat hebben we nog gezien. De BMW S 1000 XR bijvoorbeeld, of de Ducati Multistrada. Even wat cijfertjes:

KTM 1290 Super Duke GT: 2 cil., 1301 cc, 228 kg rijklaar, 173 pk, 144 Nm
BMW S 1000 XR: 4 cil., 999 cc, 228 kg rijklaar, 160 pk rijklaar, 112 Nm
Ducati Multistrada 1200: 2 cil., 1198 cc, 232 kg rijklaar, 160 pk, 136 Nm

Klaar als een klontje: de KTM is de krachtigste. Waar BMW koos om voor de XR het 199 pk sterke blok van de S 1000 RR dicht te knijpen, laat KTM de furieuze hengsten van de Super Duke R de vrije loop.

ktm-1290-super-duke-gt-test

Het is een bruut

De dikke naked van KTM stond al geboekstaafd als één blok rauwe power. In de GT zien we zijn beruchte 1301 cc V-twin terug. Net als frame, geometrie, wielen, remmen en enkelzijdige swingarm.

Om daaraan toureigenschappen toe te voegen, kreeg deze Oostenrijker onder meer de (voor de GT aangepaste) semi-actieve WP vering van de KTM 1290 Super Adventure, een hoger en breder stuur, en uiteraard een ruitje.

Over het typische KTM-design lopen de meningen uiteen. De een vindt het afgrijselijk, de andere noemt het „een eigen smoel“. Z’n lange snuit ziet er alleszins behoorlijk indrukwekkend uit en doet de GT zwaarder lijken dan de 205 kg drooggewicht. Wat je ook van zijn ontwerp denkt, sowieso verdient de manier waarop de kofferhouders geïntegreerd werden op z’n minst een goedkeurende brom.

ktm-1290superduke-gt

Een druk op de startknop en de bulderend luide sound van de standaard uitlaat teistert je oren. Een passende aankondiging van de rauwe ervaring die eraankomt.

Mocht zijn snuit je op het verkeerde been hebben gezet: de 1290 Super Duke GT gaat hard en hij voelt onmiddellijk aan als een vinnige en beweeglijke motor. Dat hij half als tourmotor wordt gesleten, ben je direct vergeten. Duidelijk een directe afstammeling van een pittige naked. De Ready To Race die op de display verschijnt als je de GT start is Lees verder →

Test: BMW S 1000 RR

bmw-s-1000-rr-test

Het sportiefste paard uit de BMW Motorrad stal is de BMW S 1000 RR. 199 pk, alstublieft. En 113 Nm bij 10.500 toeren. Of de RR voor RaceRaket staat? Zijt maar zeker.

Toch is de dubbele R geenszins de afkorting van RodeoRit. Tijdens de eerste meters met de RR valt op hoe doseerbaar zijn power is. Je kan er op kousenvoeten mee wegsluipen. Met dank aan de fijngevoelige ride-by-wire. Bovendien voelt hij voor een supersportmotor erg wendbaar aan bij lage snelheden. Iets wat met de Ducati 959 Panigale wel anders was. En in tegenstelling tot de S 1000 XR, die hetzelfde sportieve bloed door de aderen heeft stromen, vertoont de RR in lage toeren geen bokneigingen. Hij neemt mooi op vanuit de onderste regionen en hoe verder je het gashendel opendraait, hoe harder hij knalt. Ergens stokken doet hij nooit. En met een toerenteller die pas na 14.000 in het rood gaat, lijkt elke versnelling eindeloos.

review-bmw-s1000rr

Knallen maar!

Dat merk je ook op het circuit. Ik ging een dagje naar Mettet met de BMW S 1000 RR (het verslag daarvan vind je hier) en schakelen was daar bijna overbodig. Mettet is eerder kort en bochtig dan lang en recht, wat ervoor zorgde dat ik zelden uit de 2de versnelling moest komen. Na de (voor de kenners) Mertens bocht schakelde ik soms naar derde, hoewel ik nog niet tegen de begrenzer zat in 2de, en het blok evenmin aangaf buiten adem te raken. Op het lange rechte stuk tikte ik meestal wel even door naar 3de om over de 200 km/u-grens te gaan. En dan vol in de remmen voor die eerste bocht.

Om maar te zeggen: de viercilinder van de RR geeft en blijft geven. En daardoor denk je nooit: “Oei, z’n koppel raakt op, tijd om te schakelen”. Nee, het blok is onuitputtelijk en hoe hoger je ‘m in de toeren jaagt, hoe liever en hoe explosiever. Zodat de voorband ook geregeld van de grond komt.

bmw-s1000rr-buttons

Op straat is het verhaal iets anders. Lees verder →

Test: Yamaha XSR700

Hippe customs en opgekalefaterde classics doen het goed in motorland. Dat de fabrikanten daar ook een graantje van willen meepikken, ligt dus voor de hand. De uitingen van dat graantjesgepik lopen nogal uiteen. Een doorontwikkelde classic als de huidige Triumph Bonneville is bijvoorbeeld iets heel anders dan een geretrostylede bike als de BMW R nineT.

Bij Yamaha bedachten ze het Yard Built project: custombouwers die zich – op vraag van Yamaha – helemaal laten gaan met een van hun modellen. Die creaties brachten genoeg inspiratie voor een nieuwe Yamaha lijn: de Sport Heritage modellen. Moderne technologie met een oud/klassiek/custom sausje erover.

yamaha-xsr-700

Rond, rond, rond

De XSR700 is een van Yamaha’s Sport Heritage worpen. Op basis van de geprezen MT-07 (hetzelfde blok en een deel van het rijwielgedeelte), maar met een heel eigen look. Klassiekere tank, breder stuur, andere zit. Maar ook een ronde koplamp, een rond achterlicht en een ronde teller. Zelfs de wielen zijn rond, die zotte Japanners toch. Alleen de spiegels zijn niet rond, maar ze bieden je wel een prima zicht achteruit.

Even terug naar de teller. Die is opvallend klein maar ook opvallend afleesbaar. Snelheid duidelijk in beeld, versnellingsindicator en tankinhoud iets meer op de achtergrond, toerental in de rand en tot slot is er nog één plekje vrij waar je gemiddeld verbruik, huidig verbruik, temperatuur, omgevingstemperatuur, kilometerstand, een van de twee triptellers of de tijd kan laten verschijnen. Ik heb grotere displays gezien die minder goed vielen te ontcijferen.

yamaha-xsr700-review

Voor de XSR700 betaal je in België 8.290 euro, maar tot minstens eind juni (aldus Yamaha) bedraagt de lanceringsprijs 7.990 euro. Of je het op die basisprijs kan houden, durf ik echter te betwijfelen, want een van de sterke punten van de XSR700 is zijn customizeerbaarheid (als dat een woord is tenminste). Het subframe kan je bijvoorbeeld eenvoudig eraf halen, net als de duovoetsteunen. Yamaha biedt je een heel arsenaal accessoires aan om je XSR700 te personaliseren, en dat doet het prijskaartje natuurlijk stijgen. Mijn testexemplaar werd gepimpt met handbeschermers, tankpads op de zijkant, een flyscreen, twee zijtassen, vorkkappen en het vlakke zadel. Verhoogt je factuur zo’n 1.400 euro.

Form over function, toch wat de accessoires betreft

Of je dat allemaal nodig hebt, is uiteraard persoonlijk. Van het flyscreen ben ik bijvoorbeeld geen fan, de styling van de handbeschermers had beter gekund, en de zijtassen – hoe mooi ook – zijn niet erg praktisch: met 8 liter per stuk erg klein, de vergrendeling zit in de tas (wat betekent dat je soms de inhoud eruit moet nemen om je tas aan de tasdrager te vergrendelen of te ontgrendelen) en elke tas heeft ook nog eens een apart sleuteltje. Mocht het aan mij zijn, ik zou al die accessoires inruilen voor Lees verder →

Test: Ducati 959 Panigale

Op Eicma vorig jaar kondigde Ducati maar liefst 10 nieuwe modellen aan. De 959 Panigale was daar eentje van. De opvolger van de Ducati 899 Panigale die door de aankomende Euro4-normen vanaf 2017 niet meer de showroom in mag in Europa.

Fotografie: fotopk.be

De neuters hebben al ruimschoots voldoende geneut dat de 959 door z’n dubbele uitlaatdemper, gevolg van de Euro4-regeltjes, minder strak oogt dan zijn voorganger. Laat ze maar neuten. Oké, de bellypanuitlaat van z’n voorganger is mooier, maar de 959 ziet er nog altijd bijzonder sexy uit.

Buiten het veelbesproken uitlaatsysteem werd er uiteraard nog veel meer gewijzigd. De Superquadro tweecilinder groeide naar 955 cc, heeft 9 pk meer dan de voorganger (157 pk bij 10.500 toeren) en laat bij 9.000 toeren 107 Nm optekenen (+8%). De snuit is iets breder en heeft grotere luchtinlaten, het ruitje is hoger, en het scharnierpunt van de achterbrug is 4 mm verlaagd voor een betere tractie.

ducati-959-panigale-test-2016

Brave Pani / Snelle Pani

De 959 Panigale ziet er nogal agressief uit. Ik zal eerlijk zijn: voor ik opstapte eventjes gedacht: “Ik hoop dat ik dat geweld allemaal aankan.” Maar kijk, dat viel heel erg mee. Rustig het gas opendraaien en hij vertrekt supercontroleerbaar, zachtjes, zonder horten en stoten. Brave Pani. Daarbij komt z’n geluid dat – voor een motor die eruitziet als een klein bommetje – best wat meer had mogen zijn. Idem voor de acceleratie vanuit lage toerentallen, het is allemaal minder indrukwekkend dan je verwacht. Je zou bijna gaan durven stellen dat zelfs beginners de 959 zouden aankunnen.

Maar dat zou een stap te ver zijn. Want de Ducati 959 Panigale is wel degelijk razendsnel. Jup, dit is een explosieve superbike en dat zal je weten. Je moet er wel Lees verder →

Test: BMW R nineT

bmw-r-ninet-test

De meest sexy bike van het hele BMW Motorrad gamma is de BMW R nineT. Toch als ik mag afgaan op de reacties die ik kreeg tijdens mijn testweek. Lofzang van (bijna allemaal niet-motorrijdende) collega’s, een duim omhoog van een automobilist aan een stoplicht, een spontane babbel aan het tankstation. Meer reacties dan met eender welke testmotor die ik al reed.

De R nineT werd in 2014 gelanceerd naar aanleiding van 90 jaar BMW Motorrad. Dat de nineT klassieke looks heeft, mag dan ook niet verwonderen. Maar je hebt klassiek en klassiek klassiek. En klassiek klassiek, zoals pakweg een Triumph Bonneville T100 Black, is deze BMW niet. Hij heeft een modern sausje (noem het voor mijn part neoretro) en knipoogt naar de caféracer- en customscene met zijn uitgebreide personalisatiemogelijkheden.

bmw-r-nine-t-review

Back to the basics

Puur rijden staat bij de T centraal. Geen franjes. Alles wat niet essentieel is: overboord. Terwijl andere BMW modellen beladen zijn met tractiecontrole, mappings, bandenspanningscontrole, elektronisch instelbare vering en andere technoshizzle, kreeg de nine enkel een niet-uitschakelbare ABS. Daartegenover staat een knap design, afgewerkt met fijne details zoals het BMW logootje in de koplamp of het ingeslagen nineT logo op de luchtinlaat.

De 1.170 cc boxer van de Duitser stamt uit de vorige R 1200-generatie, en is daarmee de laatste der Beemers met dit type motorblok. Niet het nieuwste van het nieuwste dus, maar wel een krachtbron die z’n dienst al ruimschoots bewezen heeft. Luchtgekoeld, in tegenstelling tot de vloeistofgekoelde twins die BMW momenteel monteert. Iets korter geschakeld dan de vorige RT en GS, voor een kwieker rijgedrag.

bmw-r-nine-t-headlight

Een flattwin betekent ook: Lees verder →