Alpentrip 2017: het verslag (deel 2)

(klik hier voor deel 1)

Dag 4, zaterdag 19 augustus

Start: 8u35, Camping Morteratsch, Pontresina (Zwitserland)
Finish: 17u00, Camping Zögghof, San Leonardo in Passiria (Italië)
Afgelegde afstand: 350 km
Afgevinkt: Berninapas, Stelviopas, Umbrailpas, Ofenpas, Pillerhöhe, Timmelsjoch
Gemiddelde snelheid: 55 km/u
Gemiddeld verbruik: 4,9 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

Na een regennacht wil ’s morgens zowaar de zon even doorbreken. Snel de natte tent inpakken en wegwezen, want de weersvoorspellingen beloven nog steeds niet veel goeds. M’n Aldi-tentje van 30 euro heeft na twintig jaar duidelijk z’n beste tijd gehad. De naden beginnen te lekken en ook het grondzeil sloeg vannacht lek. Tijd dat ik naar een nieuwe tent uitkijk. En hopen dat de volgende nacht droog blijft.

Maar goed, we gaan geen tent shoppen vandaag, we gaan rijden. Eerst het stukje Berninapas dat niet in m’n oorspronkelijke route zat. De bergen spelen verstoppertje achter het wolkendek en laten zich maar af en toe zien. Ik maal er niet om, het zicht op de baan is goed, er is nul verkeer, fijn rijden zo.

De lange afdaling van de Bernina steekt de Zwitsers-Italiaanse grens over en eindigt in Tirano, waar het opvallend druk is. Op naar Bormio via een slaapverwekkende verbinding, tenzij je tunnelfobie hebt. Kilometers en kilometers van dat.

Vandaag doe ik de zuidelijke kant van de Stelviopas en buig dan af naar de Umbrailpas. Het is zaterdag, dus ik verwacht veel volk op deze beroemde pas, vandaar ook dat ik mijn oorspronkelijke route – waarbij ik de Stelvio op zondag zou trotseren – heb aangepast: maandag zal ik pas de volledige Stelviopas, van noord tot zuid, trotseren. Hopend dat de drukte dan minder is.

Toch valt de toestroom op de Stelviopas vandaag goed mee. Ik moet geregeld een auto voorbijsteken omdat het tempo in de haarspeldbochten anders vervelend traag is, maar al bij al had ik meer verkeer verwacht.

De Stelvio verdient z’n bekendheid zonder meer, ja zelfs de iets minder bekende zuidelijke kant. Heerlijke reeks kronkels met een Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 1)

Na de Alpentrip van vorig jaar besloot ik deze zomer terug Alpenwaarts te trekken. Maar geen offroad deze keer. Het plan: in een week tijd een dertigtal Alpenpassen rijden in Zwitserland, Oostenrijk en Italië, afsluiten met een paar dagen dolce far niente aan het Gardameer en dan terug naar huis.

Gezien deze trip een lastminutebeslissing was, kreeg ik geen medereizigers opgetrommeld. Going solo dus.

De route stippelde ik vooraf uit in MyRoute-app. Eerste keer dat ik dat deed. Kruipt flink wat tijd in als je het probeert een beetje goed te doen. Een gps heb ik nog altijd niet maar gelukkig kon ik een gloednieuwe TomTom Rider 450 lenen van Triumph. Oh ja, aan die gps hing een Tiger Explorer XRt vast. Kon ik moeilijk over klagen. De review van de Explorer vind je hier.

Dag 1, woensdag 16 augustus

Start: 8u00, thuis, Limburg (België)
Finish: 16u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 711 km
Gemiddelde snelheid: 105 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,9 l/100 km

’s Morgens vertrek ik aan 20 graden. Ik kan goed doorrijden, zelden druk verkeer. Rond 14u geeft het dashboard al 30 graden aan. Even dat doorwaaipak aantrekken dat ik gelukkig meeheb. In totaal vier korte stops (tanken, snelle hap, wc en go). En de Tiger Explorer, die doet dat goed. Verder weinig te vertellen over deze autostrade-etappe.

De camping dan. Camping International Giswil ligt aan het Sarnermeer. Even na vieren meld ik me er aan. Je kan proberen een plekje met zicht op het meer te bemachtigen maar dan moet je er de stenige ondergrond bijnemen. De plaatsen met een minder fotogeniek uitzicht hebben meestal een grasondergrond. Het sanitair is zeer zuiver. Van het aanbod in het winkeltje ga je je buikje moeilijk rond krijgen dus zorg dat je geshopt hebt. Wil je niet zelf de kok uithangen, dan kan je in het cafetaria warm eten. Prijs voor een nacht voor 1 persoon, tent en motor: 24,50 CHF. Douchen aan 0,50 CHF per drie minuten, tenzij je van koude douches houdt, die zijn gratis. Gratis plonsje in het meer behoort ook tot de mogelijkheden. De wifi is gratis en traag, te vinden in de buurt van het hoofdgebouw. Mobiel internet? Zwitserland behoort niet tot de EU, dus Proximus sms’t me: “Surfen meneer? Kost 14,52 euro per MB.” Slik.

Twee Britten slaan hun tent naast mij op. De ene rijdt op een oude Transalp, de andere op een nieuwe Africa Twin. Ze zijn nog maar half van hun motor afgestapt of – PSSCHT! – daar gaan de bierblikjes al open. Ze hebben een dag door het Zwarte Woud getoerd. Morgen staat een reeks Alpenpassen op hun programma, daarna rijden ze naar Turijn, via Bordeaux naar de Franse kust en dan terug omhoog. Trip van drie weken. Sympathieke gasten.

Aan de andere kant van mijn tent: een Franse familie met één huilbaby en één moeder die enkel op volume 11 kan spreken. “ZOÉ, PURÉE QUOI! ÇA SUFFIT MAINTENANT! ARRÊTE!”

Dag 2, donderdag 17 augustus

Start: 9u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Finish: 17u15, Camping Al Censo, Claro (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 311 km
Afgevinkt: Sustenpas, Furkapas, Grimselpas, Nufenenpas, Tremolapas, Gotthardpas, Oberalppas en Lukmanierpas
Gemiddelde snelheid: 51 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,0 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

De zon is er vroeg bij en ik sta al in het zweet tegen dat de Explorer terug bepakt is. De thermometer zal straks weer vlot tot 25 klimmen.

Ook voor mij veel klimwerk vandaag, eindelijk. Maar liefst acht Alpenpassen op het menu. Om eerlijk te zijn, misschien wat van het goede teveel. Maar als je dan toch in de buurt bent …

Opwarmen doe ik met de Sustenpas. Wennen aan dat haarspeldbochtjes pikken. Even stoppen om te genieten van het zicht op de Steingletsjer, de riviertjes en wegen die naar het dal kronkelen, en de Steinsee die al dat gletsjerwater probeert te slikken.

Van daaruit naar de Furka- en Grimselpas. Het aandeel haarspeldbochten neemt gestaag toe. Zo raakt de bochtentechniek snel afgestoft. Wat al snel een beetje tegensteekt: de drukte. Erg veel motards en auto’s op de baan. Het is haast onmogelijk om te rijden op je eigen tempo of zonder achterligger in je gat.

Toch is het dikwijls smullen van de fantastische uitzichten en is het moeilijk om niet elke honderd meter te stoppen voor een foto. Vanop de Furkapas uitkijken op de Grimselpas die vanuit Gletsch naar boven klimt: wat een zicht!

Minder genieten is het als ik op de Grimselpas halt houdt en de motor beslist om even te gaan liggen. Gênant moment. Een vriendelijke Zuid-Koreaan springt direct toe om me te helpen, samen met een Duitser die zich aan de kant zet (geen motard maar een vierwieler). Samen zetten we m’n zwaar bepakte Explorer weer op z’n poten. Dat was even schrikken. De Duitser rijdt verder, de Zuid-Koreaan zegt: “Seems like you need this” en stopt me een chocoladekoekje toe. Hij vertelt over de roadtrip waaraan hij bezig is en waarvoor hij z’n auto liet overkomen: vijf maanden solo door Europa.

Terug op adem, even de schade inspecteren. Lees verder

Verslag: Stefenduro Morvan Allroadtrip

Goesting om offroad te rijden is er altijd. Tijd, da’s iets anders. Met de Alpenridders hadden we een hoop mogelijkheden opgelijst, uiteindelijk meldden er zich vier aan voor de allroadvijfdaagse in de Morvan met Stefenduro: Jan, Bart, Chris en ikzelf.

De Morvan is een gebied in Midden-Frankrijk, een joekel van een natuurpark op zo’n 550 km van Brussel. Heuvelachtig, veel bossen, wat riviertjes en meren. Ideaal voor een paar dagen offroad. Vooral omdat motoren er op veel onverharde wegen toegelaten zijn.

De vijfdaagse bestaat uit twee reisdagen op eigen houtje en drie begeleide dagritten ter plaatse. Vier nachten op één vaste locatie, een hotel in Planchez (halfpension). Zowel allroaders als enduristen rijden mee, elk met eigen routes en een eigen begeleider (Terre voor de allroadgroep, Stefaan aka Mister Stefenduro voor de endurogroep). De allroaders konden zich inschrijven voor een van de drie niveaus: light, medium en hard. Light voor de motoren op standaardbanden, medium voor de mannen met wat meer ervaring en allroadbanden à la TKC80, hard voor de gevorderden op noppenbanden. We kozen voor medium.

De dagen voor het vertrek zat Stefaan geregeld in de mailbox van de deelnemers. Even polsen en informeren. Over hoe we tot in Planchez zouden rijden, over de bandenkeuze, over wat we moesten meebrengen.

Ik zat te twijfelen over de heen- en terugreis. Zou ik zelf tot daar rijden op de Husky 701, niet meteen de meest ideale reismotor? Of zou ik eerst (vanuit Limburg) tot Geraardsbergen bollen, door de ochtendspits, een gigantische, tijdrovende omweg, om daar de motor op een aanhangwagen te zetten en zo naar Frankrijk te reizen? Stefaan maakte er korte metten mee met één telefoontje. Hij had een alternatief: Marc, een van de andere deelnemers, had nog plaats in zijn camionette, en die woonde korter bij. Verkocht!

Bandenkeuze dan. Stefaan was al enkele weken in de Morvan en had het uitgebreid kunnen checken: het lag er droog bij. Maar omdat hij genoeg noppenbanden had liggen, stelde hij voor om iedereen zonder noppenbanden bij aankomst toch op genopte sloffen te leggen. Gewoon voor maximale grip en meer vertrouwen op onverhard. Meerprijs? De volle 0 euro. Vertrekken met een goed gevoel heet dat.

Dag 1 – woensdag 7 juni

De heenreis. ’s Morgens naar Antwerpen rijden met een bepakte Husky en Marc ontmoeten, een uitgeweken (en vanzelfsprekend sympathieke) Limburger die met z’n Husqvarna 250 bij de enduristengroep zal aansluiten. Twee Husky’s achterin z’n Transporter, kennismakingsbabbel bij een tas koffie en de baan op. Om half 11 verlaten we de Koekenstad, tegen 17 uur arriveren we in Planchez, als een van de eersten.

Stefaan bekijkt m’n motor. Oordeel: die banden staan er nog goed bij. “Misschien is het toch niet nodig dat ge op crossbanden gaat rijden,” zegt hij. Bijna alle paden liggen er droog bij en doordat het de voorbije dagen af en toe kort geregend heeft, geeft de toplaag meer grip. Perfecte omstandigheden eigenlijk.

“Weet ge wat, anders gaan we rap een toerke doen van 10 minuten, dan weet ge direct of die TKC’s voldoen of niet.” Wij weg. Vlakbij het hotel duiken we het bos in, een strook onverhard met allerhande ondergronden: een droog bospaadje, een paar plassen, een streepje modder, een stuk keien, een iets meer zanderige passage. Een kwartier later staan we terug aan het hotel. Oordeel: met die banden zou het moeten lukken. Morgen met de TKC’s starten. Blijken ze toch niet goed genoeg, dan kunnen we ‘s avonds nog altijd naar noppenbanden wisselen. Enkel de bandendruk mag iets lager. Stefaan haalt snel de meter erbij en regelt het zaakje.

Ondertussen druppelt de rest van de bende binnen. Het groepje allroaders:
Jan (zonder Triumph Tiger 800 deze keer, maar met z’n Suzuki DR-Z400)
Bart VM (met z’n trouwe 800 GS)
Chris (opnieuw met z’n Husqvarna 701 Enduro)
Caroline (Kawasaki KLX 250)
Kris (KTM 625 SXC)
Brakke (BMW R 1200 GS Adventure)
Bart P (Husqvarna 701 Enduro)
Ikzelf (Husqvarna 701 Enduro, de review daarvan vind je hier)
Terre (KTM 950 Super Enduro)

Opvallend hoe weinig zware allroads. De frank begint precies te vallen dat je offroad weinig hebt aan 120 pk, en nog minder aan die overtollige kilo’s. Op de 1200 GS en mijn Husky na heeft iedereen trouwens noppenbanden liggen.

Na een smakelijk driegangendiner in het hotel en kennismaking met de Morvan-bende: bedwaarts. Tip: je ligt op een tweepersoonskamer, dus fix vooraf dat je bij een niet-snurker terecht komt.

Dag 2 – donderdag 8 juni

Tijdens het ontbijt kan iedereen met een gps bij Stefaan de tracks van de dag downloaden. Een briefing voor de rit is er amper. Geen uitgebreide instructies, geen preek. Gewoon: we rijden in D-systeem, we stoppen geregeld, als het te moeilijk of te snel gaat, laat van je horen, gebruik je verstand, geniet.

Tegen 9u30 vertrekken we. Terre op kop, Bart VM als laatste man. Het tempo zit er vanaf de eerste strook offroad goed in. Mag ook, de paden liggen er uitstekend bij en echt moeilijke passages komen we nauwelijks tegen. Bovendien laten de lichte machines zich soepeler sturen dan dikke allroads, wat ook bijdraagt aan het vlotte tempo.

Het terrein niet moeilijk? Dan zorgt de motor voor extra animo: ik blijf op een verkeerd moment aan het gas hangen, waardoor ik dreig Bart P z’n kont te rammen. Om dat te vermijden Lees verder

Test: Quechua kampeermateriaal

Ik trok op allroadtrip naar de Alpen en kreeg van Decathlon een tent, een slaapzak en een slaapmatje mee om te testen. Mijn bevindingen.

quechua-forclaz-tent

Tent: Quechua Forclaz 2

De Quechua Forclaz 2 is een trekkerstent voor 2 personen. Met een gewicht van 3,5 kg en een klein volume (35 x 18 x 18 cm) is dit een interessante optie om mee te nemen op motorreis. Quechua heeft lichtere tweepersoonstrekkerstenten in het aanbod, maar die zijn duurder. De Forclaz 2 is met 69,99 euro de goedkoopste.

De tent heeft twee deuren en aan één zijde een opbergruimte. Nee, daar kan je je motor niet onder parkeren. De opbergruimte is zo’n 50 cm diep op het breedste punt, ik raakte er enkel mijn roltassen kwijt. Gestapeld. De twee zijkoffers mochten een weekje in open lucht overnachten.

In de tent zelf is er ook niet gigantisch veel ruimte. Dat verwacht je ook niet van een tweepersoonstent, maar toch: als je van plan bent om met twee een grote reis te maken met deze tent, hoop ik dat je mekaar heeeeeel graag ziet. De binnenruimte is op het breedste punt 123 cm (dus zo’n 60 cm per persoon), maar aan de voeten loopt het nauw toe. Check ook vooraf of je slaapmatjes erin passen als je met z’n tweetjes met deze tent eropuit gaat trekken.

Voor één persoon is deze tent geschikter. Je hebt dan naast je slaapmat nog ruimte om dingen op te bergen. Op een motorreis durft dat al ’s wat zijn. Met helm, laarzen, verse kleren en mijn toilettas lag de beschikbare ruimte al behoorlijk vol.

De binnentent van de Forclaz 2 is aan de buitentent bevestigd, wat het opzetten en afbreken van de tent vergemakkelijkt. Kan echt in een wip. Twee tentstokken, een paar haringen en je bent klaar. Bij het opbergen is het vooral een kunst om smal genoeg op te rollen zodat de tent terug in de tentzak kan (wat me trouwens iedere keer lukte).

De tent doorstond een natte nacht (wat wel mag voor een nieuwe tent). Als je erop let dat je het tentzeil langs alle kanten mooi aanspant, raakt de binnentent nergens de buitentent, zodat je geen last hebt van condens. Ook de grote stroken muggengaas in de twee deuren helpen de binnentent condensvrij te houden.

Samengevat ben ik dus Lees verder

Verslag: Endurofun Adventuretrip Alpen 2016 (deel 3)

Dag 7 – Vrijdag 23 september – De sneeuw in

rivierdoorwading

De laatste dag offroad vandaag en het groepje Alpenridders slankt af. Vier deelnemers keren vanmorgen al huiswaarts. Frederik heeft intussen genoeg Alpiaans asfalt gezien, Ivo vindt dat hij genoeg de waaghals heeft uitgehangen, Luc is voldaan en Bram blijft wat vaag.

Het uitgedunde groepje trekt naar de hoogst berijdbare Alpenpas. Dat klinkt verdacht weinig als “rustig uitbolritje om de reis af te sluiten”.

Na een stuk asfalt duiken we een bos in. Beetje modderachtig. Na de veelal stoffige dagen hiervoor brengt dit wat afwisseling. En doordat we met minder zijn, ligt het tempo ook duidelijk hoger.

triumph-tiger-snow

Eens boven de boomgrens veranderen de boswegen in lange grindpaden waardoor het tempo nog meer omhoog gaat. Besneeuwde bergtoppen duiken rondom ons op.

dikke-bertha

Plots, een waterpartij. We kunnen erlangs door, maar waarom zouden we? Vanuit de juiste hoek lijkt het een spectaculaire rivierdoorwading. Gewoon even het pad uit het beeld kadreren.

Daarna wordt het pad uitdagender. Lees verder

Ik ga op allroadreis en ik neem mee …

Zaterdag is het eindelijk zover. De Alpentrip met Endurofun. Vanuit België in drie dagen binnendoor naar de Italiaanse Alpen, daar 4 dagen offroad doen, en dan weer terug, over asfalt. Geen volgwagen, alle bagage gaat mee op de motor. Behalve ter plekke, daar laten we onze spullen op de bivakplek. Ik zal proberen af en toe iets op de Facebook page te posten, maar ‘t zal afhangen van de connectie.

Zo’n trip ondernemen betekent dat je redelijk wat gerief moet meenemen, ook al ga je met de motor. Blij dat ik de Triocursus gevolgd heb, anders was het toch meer inpakken als een kieken zonder kop. Een kleine selectie van wat meegaat (want mijn volledige checklist overlopen zou een beetje erover zijn):

Motor: Triumph Tiger 800 XCa

Natuurlijk kon ik deze trip doen met mijn kersverse BMW F 800 GS, maar als Triumph je een Tiger 800 XCa toestopt om in de Alpen te testen … wie zou dan nee zeggen? Voor de gelegenheid uitgerust met een set Continental TKC 80. Met dank aan TC Moto voor het prepareren van de motor (ook al heeft Dirk de tanktas per vergissing aan een motorjournalist meegegeven).

jean-en-de-tijger

Tent: Quechua Forclaz 2

Niet enkel Triumph geeft me testgerief mee, maar ook Decathlon. Te beginnen met een tent. Ik wou liefst een tent die niet te groot en te zwaar was. ‘t Is per slot van rekening een motorreis, een dakkoffer is dan niet direct een optie. Een trekkerstent dus. Ik krijg de Quechua Forclaz 2 mee. De goedkoopste tweepersoonstrekkerstent in het Quechua gamma (69,99 euro) en ook de zwaarste (3,5 kg). We zullen zien wat dat geeft.

Slaapzak: Quechua Forclaz 0° Ultralight

Een slaapzak om te testen gaat ook mee. Opnieuw waren gewicht en formaat belangrijke criteria, maar ook de warmte. September in de Alpen, dan durft het al eens vriezen, heb ik me laten vertellen. Dus ik wou absoluut de warmste slaapzak van Quechua mee. Twee Quechua’s hebben een comforttemperatuur van 0°C, waarvan de Ultralight het lichtste en meest compact is: 1200 g en 6,1 l. De Light: 1625 g en 14,9 l. Vooral qua volume een groot verschil, dus ik ben blij dat ik de Ultralight meekrijg.

Slaapmat: Quechua Arpenaz Air Pump 70

Goeie nachtrust is tijdens een allroadreis essentieel, dus een goed matrasje ook. Liever geen schuimrubberen exemplaar, maar iets met meer comfort. Omdat ik zeker wou zijn van klachtenloze nachten koos ik niet voor een trekkersmat. Die zijn doorgaans 50 cm breed en ergens tussen 2,5 en 5 cm dik. Ik wou breder en dikker, ook al zou dat meer volume betekenen. De Quechua Arpenaz Air Pump 70 is 70 cm breed en 11 cm dik en heeft een ingebouwde pomp. Gewicht en volume: 1,2 kg en 4 l, waarmee deze matras best kan concurreren met de zelfopblazende matjes van Quechua.

quechua-slaapzak-matje-tent-camelbak

Helm: Held Alcatar

De Shoei zou wel ‘s te warm kunnen worden en is minder geschikt voor offroadgebruik. Maar ik doe niet elke dag offroad, dus investeren in een endurohelm van 500 euro, daar had ik geen zin in. Instapmodelletje Lees verder

Gevolgd: Endurofun Triocursus

Update: Endurofun heeft deze cursus intussen omgevormd. Meer info hier.

Na de Mechaniekcursus vorige maand, ging ik zaterdag de Endurofun Triocursus volgen. Ter voorbereiding op de Alpenreis in september. De naam verraadt het al, deze cursus wordt opgedeeld in drie delen. Dus een paar uurtjes – zoals de Mechaniekcursus – volstaan niet. Deze keer vullen Bart en Maja een hele dag.

endurofun-triocursus

Deel 1: Travel

Eerste halte: Kariboe in Hasselt, rond een uur of 10. Met een dertigtal zijn we. Allemaal met plannen om dit jaar op offroadreis te vertrekken. We krijgen een bundeltje toegestopt met een uit de kluiten gewassen checklist. Wat heb je allemaal nodig om te gaan reizen? Vooral toegespits op het kampeergedeelte van de reis. Handig onderverdeeld in rubriekjes als Koken, Slapen en Veiligheid.

Bart overloopt de lijst en vertelt waarom zo’n compleet onhippe afritsbare broek deze keer wel dik oké is, waarop je moet letten bij het kiezen van een tent, of waarom je misschien toch moet overwegen om je benen te scheren. Hij noemt plus- en minpunten van producten op, toont alternatieven en maakt duidelijk waarom het voor de ene reis verstandiger is om bijvoorbeeld de duurdere en kwaliteitsvollere optie te kiezen terwijl het voor de andere reis budgetvriendelijker en middelmatiger mag.

Daarna krijgen we een half uur om door de winkel te lopen, rond te neuzen, ervaringen met andere reizigers uit te wisselen en (als je dat wil) te kopen. Al voelt dat laatste zeker niet als een verplichting aan, maar maakt de extra korting het wel interessant.

Rond 1 uur vertrekken we richting Tielt-Winge voor deel 2.

endurofun-trio-cursus

Deel 2: Kleding en motorgear

Bij Motocare worden de hongerige magen gestild en begint het onderdeel “Wat trek je aan op je motor en welke extra motorgear heb je nodig”. Ook weer aan de hand van een checklist. Gaande van Lees verder