Nog ’s racen in Mettet

Het was alweer een jaar geleden dat ik ging circuitrijden. Hoog tijd om nog ’s te gaan vlammen. Een dagje Mettet geboekt bij Clubmot, voorbij maandag, de High Velocity opleiding. Die cursus volgde ik intussen al twee keer, maar omdat m’n circuittechniek intussen wat ondergestoft was, leek een opfrisbeurt me geen slecht idee.

De weersvoorspellingen zagen er niet te best uit, maar we zouden wel zien. We = Bert, Jan, Bart en ik. En Peter om ons aan te moedigen. Ik reed trouwens met een Triumph Street Triple RS (review hierzo).

Over het theoretische deel schreef ik hier al eerder. Er werden geen nieuwigheden verteld, maar toch verliepen de eerste rijsessies nogal gespannen. Vooral de eerste: het circuit lag er nog nat bij na een regennacht. Gelukkig kwam de zon door en droogde het asfalt tegen de tweede rijsessie helemaal op. Maar toch: ik had tijd nodig om er terug in te komen. Opmerkingen van de instructeur: bovenlichaam ontspannen, meer met het lichaam naast de motor hangen, constantere gasopbouw bij het uitkomen van de bochten.

Na drie rijsessies met instructeur was het tijd voor drie sessies vrij rijden. De puzzelstukjes leken nu stilaan terug samen te vallen: gas, remmen, rijlijnen, kijktechniek … En het slechte weer, dat bleef uit. Het miezerde soms, maar echt nat werd het niet en ik kon bijna altijd vlot doorrijden zonder me te hoeven inhouden. Bovendien bleek het een erg rustige circuitdag (veel afhakers vanwege de slechte weersvooruitzichten?) zodat er minder racers op de baan waren dan anders.

De voorlaatste en laatste sessie begon ik echt terug in de flow te raken en gingen echt lekker. Met een brede smile en voldaan gevoel terug naar huis, en proberen volgend jaar toch ietsje meer circuitasfalt te zien.

Alpentrip 2017: het verslag (deel 1)

Na de Alpentrip van vorig jaar besloot ik deze zomer terug Alpenwaarts te trekken. Maar geen offroad deze keer. Het plan: in een week tijd een dertigtal Alpenpassen rijden in Zwitserland, Oostenrijk en Italië, afsluiten met een paar dagen dolce far niente aan het Gardameer en dan terug naar huis.

Gezien deze trip een lastminutebeslissing was, kreeg ik geen medereizigers opgetrommeld. Going solo dus.

De route stippelde ik vooraf uit in MyRoute-app. Eerste keer dat ik dat deed. Kruipt flink wat tijd in als je het probeert een beetje goed te doen. Een gps heb ik nog altijd niet maar gelukkig kon ik een gloednieuwe TomTom Rider 450 lenen van Triumph. Oh ja, aan die gps hing een Tiger Explorer XRt vast. Kon ik moeilijk over klagen. De review van de Explorer vind je hier.

Dag 1, woensdag 16 augustus

Start: 8u00, thuis, Limburg (België)
Finish: 16u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 711 km
Gemiddelde snelheid: 105 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,9 l/100 km

’s Morgens vertrek ik aan 20 graden. Ik kan goed doorrijden, zelden druk verkeer. Rond 14u geeft het dashboard al 30 graden aan. Even dat doorwaaipak aantrekken dat ik gelukkig meeheb. In totaal vier korte stops (tanken, snelle hap, wc en go). En de Tiger Explorer, die doet dat goed. Verder weinig te vertellen over deze autostrade-etappe.

De camping dan. Camping International Giswil ligt aan het Sarnermeer. Even na vieren meld ik me er aan. Je kan proberen een plekje met zicht op het meer te bemachtigen maar dan moet je er de stenige ondergrond bijnemen. De plaatsen met een minder fotogeniek uitzicht hebben meestal een grasondergrond. Het sanitair is zeer zuiver. Van het aanbod in het winkeltje ga je je buikje moeilijk rond krijgen dus zorg dat je geshopt hebt. Wil je niet zelf de kok uithangen, dan kan je in het cafetaria warm eten. Prijs voor een nacht voor 1 persoon, tent en motor: 24,50 CHF. Douchen aan 0,50 CHF per drie minuten, tenzij je van koude douches houdt, die zijn gratis. Gratis plonsje in het meer behoort ook tot de mogelijkheden. De wifi is gratis en traag, te vinden in de buurt van het hoofdgebouw. Mobiel internet? Zwitserland behoort niet tot de EU, dus Proximus sms’t me: “Surfen meneer? Kost 14,52 euro per MB.” Slik.

Twee Britten slaan hun tent naast mij op. De ene rijdt op een oude Transalp, de andere op een nieuwe Africa Twin. Ze zijn nog maar half van hun motor afgestapt of – PSSCHT! – daar gaan de bierblikjes al open. Ze hebben een dag door het Zwarte Woud getoerd. Morgen staat een reeks Alpenpassen op hun programma, daarna rijden ze naar Turijn, via Bordeaux naar de Franse kust en dan terug omhoog. Trip van drie weken. Sympathieke gasten.

Aan de andere kant van mijn tent: een Franse familie met één huilbaby en één moeder die enkel op volume 11 kan spreken. “ZOÉ, PURÉE QUOI! ÇA SUFFIT MAINTENANT! ARRÊTE!”

Dag 2, donderdag 17 augustus

Start: 9u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Finish: 17u15, Camping Al Censo, Claro (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 311 km
Afgevinkt: Sustenpas, Furkapas, Grimselpas, Nufenenpas, Tremolapas, Gotthardpas, Oberalppas en Lukmanierpas
Gemiddelde snelheid: 51 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,0 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

De zon is er vroeg bij en ik sta al in het zweet tegen dat de Explorer terug bepakt is. De thermometer zal straks weer vlot tot 25 klimmen.

Ook voor mij veel klimwerk vandaag, eindelijk. Maar liefst acht Alpenpassen op het menu. Om eerlijk te zijn, misschien wat van het goede teveel. Maar als je dan toch in de buurt bent …

Opwarmen doe ik met de Sustenpas. Wennen aan dat haarspeldbochtjes pikken. Even stoppen om te genieten van het zicht op de Steingletsjer, de riviertjes en wegen die naar het dal kronkelen, en de Steinsee die al dat gletsjerwater probeert te slikken.

Van daaruit naar de Furka- en Grimselpas. Het aandeel haarspeldbochten neemt gestaag toe. Zo raakt de bochtentechniek snel afgestoft. Wat al snel een beetje tegensteekt: de drukte. Erg veel motards en auto’s op de baan. Het is haast onmogelijk om te rijden op je eigen tempo of zonder achterligger in je gat.

Toch is het dikwijls smullen van de fantastische uitzichten en is het moeilijk om niet elke honderd meter te stoppen voor een foto. Vanop de Furkapas uitkijken op de Grimselpas die vanuit Gletsch naar boven klimt: wat een zicht!

Minder genieten is het als ik op de Grimselpas halt houdt en de motor beslist om even te gaan liggen. Gênant moment. Een vriendelijke Zuid-Koreaan springt direct toe om me te helpen, samen met een Duitser die zich aan de kant zet (geen motard maar een vierwieler). Samen zetten we m’n zwaar bepakte Explorer weer op z’n poten. Dat was even schrikken. De Duitser rijdt verder, de Zuid-Koreaan zegt: “Seems like you need this” en stopt me een chocoladekoekje toe. Hij vertelt over de roadtrip waaraan hij bezig is en waarvoor hij z’n auto liet overkomen: vijf maanden solo door Europa.

Terug op adem, even de schade inspecteren. Lees verder

Reistest: Triumph Tiger Explorer XRt

In 2012 had Triumph er genoeg van. “Wat die Duitsers doen, dat kunnen wij ook”, en daar was hij: de Triumph Tiger Explorer, een rechtstreekse concurrent voor de BMW R 1200 GS.

Intussen zijn we vijf jaar verder en de 2017 Explorer verschilt al danig van die eerste worp. Net als bij de Tiger 800 zijn er nu twee modellijnen: de offroadgerichte XC-modellen en de asfaltgeoriënteerde XR-modellen. Binnen elke lijn heb je de keuze uit twee uitrustingsniveaus, zodat je op vier Explorer-varianten uitkomt, plus nog ’s twee verlaagde modellen per lijn (hier allemaal te checken).

Triumph leende me een Tiger Explorer XRt, inclusief zijkoffers, tanktas en TomTom Rider 450, waarmee ik een trip van 3500 km naar de Alpen maakte (het verslag daarvan lees je hier).

Volgestouwd

De XRt is het topmodel van de asfalt-Explorers. Bijzonder compleet uitgerust met onder meer ABS en tractiecontrole (beide ook actief onder leunhoek), semi-actieve vering, cruisecontrol, verwarmde handvaten, handkappen en twee 12V-stopcontacten. Dat lijstje zit al standaard op het iets minder uitgeruste XRx-model. De XRt heeft daarbovenop nog verwarmd rijders- en duozadel, elektronisch verstelbaar tourscherm, twee extra rijmodi (Sport en Rider bovenop Road, Rain en Offroad), Hill Hold Control, bandendrukmonitor, valbaren en kofferbeugels. Prijskaartje van dat bijzonder complete pakket: 18.680 euro in België, 21.300 euro in Nederland. Koop je voor eind van deze maand een Explorer, dan krijg je er bovendien gratis aluminium zijkoffers en een TomTom Rider 450 (inclusief steuntje) bij. Cadeautje van ruim 1.200 euro.

De heenreis van m’n Alpentrip ging in één dag tot in Zwitserland. De Explorer liet zich gelden als een erg comfortabele reismotor. Ik had heel wat bepakking mee (tent, slaapzak, matje, kookgerei, kleren, noem maar op), dus naast de volgestouwde zijkoffers en tanktas had ik ook een goed gevulde roltas achterop gesjord. Extra kilo’s waarvan ik tijdens dit (hoofdzakelijk autostrade-) deel van de trip niks merkte.

Aan comfort geen gebrek

De Triumph Semi-Active Suspension (of kortweg TSAS) zit daar uiteraard voor iets tussen. Het systeem past de veervoorspanning automatisch aan aan de belading van de motor, en bovendien kan je de demping van de WP voor- en achterveer elektronisch afstellen. Comfortabel of sportief? In negen tussenstappen tik je van het ene naar het andere uiterste. In de Sportstand staat de vering hard en strak, en moet je bereid zijn klappen te verwerken. Hoe dichter je bij Comfort komt, hoe meer de vering opvangt, maar ook hoe moeilijker hij kan volgen. Daarnaast heeft de TSAS een chassisregelsysteem dat de bewegingen van de motor constant monitort en hierop reageert. Hierdoor voelt de motor steeds erg uitgebalanceerd aan. Alsof de kont plots niet meer volhangt met een hoop bagage.

Ook het elektrisch verstelbare windscherm draagt veel bij aan het hoge comfortniveau. In hoogste stand Lees verder

Op naar de Alpen

Wie me volgt op Facebook weet het al: ik ga op motortrip. Lastminute beslissing, nu woensdag vertrekken. Geen allroadreis deze keer, maar onroad. Want dag 8 van de Alpentrip van vorig jaar (met de Grote Sint-Bernhard- en Grimselpas) smaakte naar meer. Heel wat uurtjes in MyRoute-app zitten puzzelen, het resultaat ziet er zo uit:

(klik voor de versie op Google Maps)

Dag 1 brengt me tot de start in Zwitserland, de finish ligt aan het Gardameer. Daar een paar dagen luieren en dan back to Belgium, deze keer zonder omwegen.

Ondanks mijn lastminuteaanvraag wist Triumph toch nog iets voor me te regelen: deze Alpentrip test ik een Tiger Explorer XRt.

Vanaf woensdag te volgen op Facebook. Althans, dat ga ik proberen.

Test: BMW R nineT Urban G/S

Raar. Toen ik vorig jaar de BMW R nineT testte, kreeg die langs alle kanten complimentjes. De Urban G/S heeft het minder makkelijk. Niet-motorvolk vindt er blijkbaar weinig aan. “Ik zou dat spul vooraan wegdoen,” kreeg ik te horen, doelend op spatbord en koplampmasker. Wie een beetje motorhistorische kaas had gegeten, kon de vette knipogen naar de allereerste Gelände/Strasse wél smaken.

G Slash S

De BMW R nineT Urban G/S heeft die schuine streep in z’n naam niet voor niks. De BMW R 80 G/S, het startpunt van de GS-geschiedenis, kreeg ook een geslashte naam. Visueel verwijst de Urban G/S overduidelijk naar z’n voorvader met het rode lederen zadel, de witte tank met blauwe lijnen, de vorkrubbers en natuurlijk “dat spul vooraan”. Ik vind het bijzonder geslaagd.

Standaard komt de G/S helaas zonder spaakvelgen. Die maken de retrolook compleet, dus aanvinken die spaken (die trouwens rechtstreeks van de 1200 GSA komen). Kost je 430 euro bovenop de basisprijs van 13.390 euro (Belgische prijzen).

In standaardversie is de Urban G/S zo maar even 2.300 euro goedkoper dan de R nineT. Onder meer de aluminiumtank, het uitgebreidere achterframe en de upsidedownvork van de oorspronkelijke nineT verklaren die meerprijs.

De optielijst van de Urban G/S is bovendien vrij beperkt. Naast de spaakvelgen lijken tractiecontrole (345 euro), verwarmde handgrepen (225 euro) en anti-diefstalsysteem (240 euro) me het overwegen waard. Verlaagd zadel (820 i.p.v. 850 mm) en allroadbanden (Metzeler Karoo 3 i.p.v. de standaard Metzeler Tourance) kan je gratis krijgen.

Op avontuur?

De G/S benaming doet vermoeden dat deze nineT variant met offroad overweg kan. Toch is hij daarvoor niet gemaakt. Oké, een vlak gravelbaantje moet je niet mijden, maar zelfs een volgepakte K 1600 GTL kan dergelijk avontuurtje best aan. Wordt het moeilijker, dan Lees verder

Vergelijkende test: SW-Motech Baracuda vs Ortlieb Velocity

Ik rij zo goed als altijd met de motor naar het werk. En zo goed als altijd zit daar een flinke lap file bij. Zijkoffers vind ik dan een belemmering. Laptop en boterhammendoos gaan daarom de rugzak in.

Ik heb meer dan een jaar een Ortlieb Velocity rugzak gebruikt, tot SW-Motech vroeg of ik hun Baracuda motorrugzak wou testen. Beide zijn waterdicht en hebben een rolsluiting. In de Baracuda kan 25 liter, in de Velocity 24 liter. En ze gaan voor ongeveer 100 euro over de toonbank. Erg gelijkaardige rugzakken dus. Dat vraagt om een vergelijkende test.

Buitenkant

De SW-Motech Baracuda is vervaardigd uit waterafstotend plastic (tarpaulin). Met twee verstelbare gespen op de zijkant kan je de rugzak compact maken als je ‘m niet vol stopt.

De Ortlieb Velocity heeft waterafstotende plastic voor- en achterstukken, met stoffen zijstukken die bedekt zijn met een waterafstotende coating. Geen compressieriempjes bij de Ortlieb.

Rugzak smerig? Bij de Ortlieb viel op dat hij moeilijk te kuisen is. Na een tijd leek het alsof het vuil in het plastic ingebakken zat. Vegen en schuren zoveel ik wou, het maagdelijke geel kwam niet meer terug. De SW-Motech rugzak daarentegen lijkt gewoon niet vuil te worden. Toch een lijpe vogel met een precisieschot? De sporen van de aanval zijn simpel met een vochtig doekje weg te vegen. Wil je per se een Ortlieb Velocity? Kies dan voor een donker kleurtje.

Ergonomie

Beide modellen hebben gewatteerde, verstelbare schouderriemen en verstelbare heup- en borstriemen. Vooral bij de Baracuda bleek Lees verder

Test: Yamaha SCR950

Wauw! Dat schoot er door mijn hoofd toen ik de eerste keer de Yamaha SCR950 startte. Want z’n sound is fantastisch. Een diepe, volle roffel, die transformeert in een soort bassige, dreunende sound als je iets hoger op toeren rijdt. Snok je bij een inhaalmanoeuvre of een tussensprintje de gashendel volledig op, dan jaagt de uitlaat een wolk donker gedaver de straten in.

De SCR950, met de SCR van scrambler, werd gebouwd op basis van de Yamaha XV950R. De stoere bobber kreeg onder meer een hogere, langere zit (van 690 naar 830 mm), een breder stuur (van 830 naar 895 mm) en meer grondspeling (van 130 naar 145 mm). De gegoten velgen werden ingeruild voor gespaakte, de voetsteunen gingen omhoog en achteruit, en de tank kreeg een make-over.

Gezapig of gezwind?

Toch viel me bij die eerste keer in het zadel van de Yamaha SCR950 op dat hij nog veel van z’n bobberbroertje meeheeft. Naast die typische sound: de breed geplaatste voetsteunen. Het heeft me dagen gekost om hieraan te wennen. En ook daarna piepte ik soms naar beneden: staan m’n voeten wel mooi op de steunen? Want je kan makkelijk enkele centimeters verder naar binnen schuiven met je voeten, maar dan zijn koppeling en achterrem plots minder goed te bedienen.

De SCR950 zit comfortabel en voelt met z’n 54,3 pk en 79,5 Nm totaal niet overweldigend aan. Hij is ideaal om gezapig te cruisen over binnenwegen. Niet dat het een tam geval is, maar sprintrecords zal je niet breken. Gewoon genieten van de omgeving en de heerlijke soundtrack, lekker take it easy, daarvoor is hij gemaakt.

De SCR vertoeft het liefst laag in toeren. Van daaruit heb je direct en zonder gestotter een flinke dot koppel ter beschikking, die op 3000 toeren piekt. Daarna schakel je best hoger, niet alleen omdat dan het vet van de soep is, maar ook omdat hij onderin het lekkerst klinkt.

Wie in plaats van gezapig cruisen liever gezwind rondzoeft, zal regelmatig de voetsteunen bijvijlen. Dat bobberbroertje hè. Korte schuursessies zijn moeilijk te vermijden, want de SCR950 stuurt – ondanks z’n 252 kg met volle tank – vlot en trefzeker. Dat gezwind rondzoeven komt dus eigenlijk vanzelf. Op de autostrade is het vooral wind vangen. Veel heb je daar met deze scrambler niet te zoeken. Bovendien beginnen de Bridgestone Trail Wings ergens rond de 110 km/u opvallend hard te fluiten. Zelfs mét oordoppen een storende factor.

Het scramblerhoofdstuk

En dan komen we bij het scramblerhoofdstuk. Ik beken het direct: hier kon de SCR950 Lees verder