Ardennen Challenge Gear Check
De Ardennen Challenge reed ik natuurlijk niet in een hawaïrokje of Supermanpak. Even een gear check dus. Voor een extra woordje uitleg bij een aantal spullen, gewoon verder lezen:
Motorpak: Klim Badlands
In de introductie van mijn Klim-pak schreef ik dat ik het pak nog even van vettige offroadritten zou sparen en m’n ouwe Rev’it-pak daarvoor zou aantrekken. Tot je gaat vertrekken en dat nieuwe pak met puppy eyes staat te smeken. De uitgebreide review is voor later, maar ik kan alvast vertellen dat ik erg tevreden ben met deze aanschaf. Met name de ventilatiemogelijkheden bleken tijdens deze trip erg handig. Even de boel flink openzetten als het offroad serieus werken was, en alles weer dicht als ik begon af te koelen. Ik had ook de D3O-protectoren uit de jas gehaald en m’n Acerbis-harnas eronder aangetrokken. Zat als gegoten.
Handschoenen: Rev’it Chevron
Hier en daar is een stuk leer gesneuveld en hangt een naad los. Normaal draag ik deze danig versleten zomerhandschoenen dan ook niet meer, maar voor een modderbraspartijtje kunnen ze nog prima dienen. Zeker als het net iets te fris is voor m’n dunne Scott-handschoentjes. Dun genoeg voor een goeie feeling, voldoende grip en degelijke protectie. Alweer wat stukken leder van m’n ouwe handschoenen af gesleten!
Laarzen: Sidi Adventure Gore
Ook al heb je pas een nieuw stel adventurelaarzen aangeschaft, als je nog een paar oude (maar eigenlijk nog goed bruikbare) hebt staan, dan neem je die toch mee? Vooral als je weet dat het geen propere trip zal worden. Voordeel: achteraf poetsen is niet nodig.
Motor: BMW F 800 GS
Dit was de eerste serieuze offroadervaring met m’n BMW F 800 GS. Vooraf vreesde ik Lees verder
Verslag: Ardennen Challenge 2017
De Alpenridders hadden plannen gemaakt. Ook op ons lijstje: de Ardennen Challenge van Motortours & Tracks. Drie dagen rijden: de eerste dag vanuit Nederland richting Ardennen, dag 2 een toertje Ardennen en dag 3 terug. Naast een asfaltroute voorzag de organisatie voor elke dag ook een allroadroute.
Wij dus met een delegatie aan de startlijn voor een weekendje allroad: Bart met z’n BMW 800 GS, Jan met z’n Triumph Tiger 800 XCa, Piet met z’n Yahama XT660Z Ténéré en Chris zonder z’n KTM 1190 Adventure R. Meneer daagde op met een Husqvarna 701 Enduro. Ikzelf reed met m’n BMW 800 GS, de eerste echte offroadtest sinds de aanschaf. Max haakte lastminute af wegens werkgedoe. We waren dus met vijf allroadridders.
Dag 1: Nederweert – Dochamps (31 maart)
Veel briefing vooraf was er niet: we kregen de gps-bestanden een weekje eerder in de mailbox en dat was het dan. Jan, Piet en ik stonden om 9 uur in Nederweert voor de start. Chris en Bart haalden dat niet en reden op eigen houtje naar de Ardennen.
Aan de start kon elke groep op eigen houtje aan de rit beginnen, een vast starttijdstip was er niet. Voordeel daarvan: je kwam doorheen de dag weinig andere Ardennen Challengers tegen. De eerste dag kruisten we bijvoorbeeld maar twee groepjes, de tweede dag zullen het er niet veel meer geweest zijn. Aangenaam rijden zo.
Op de deelnemerslijst stond een kleine 100 man, maar die verschenen lang niet allemaal aan de start. Ik schat een motor of 50. De rest pikte dus waarschijnlijk onderweg ergens in, of reed via een eigen route naar Dochamps.
Na een stuk Limburgse vlaai en een koffie vlogen we erin. De eerste stroken onverhard doken al snel op. Droog en redelijk zanderig. Goed te doen. Wat we wel al vlug merkten: de allroadroute was duidelijk niet meer heel recent gecontroleerd. Zo lag onder meer een afgesloten brug op onze route. Dan maar even omrijden. En er zaten nog meer imperfecties in de route: de gps gaf bijvoorbeeld aan dat we een fietspad moesten nemen, terwijl vlak naast dat pad een mooie (en legale) aardeweg lag. Of de route stuurde ons de oprijlaan van een villa op, terwijl het vrij duidelijk was dat dat niet de bedoeling kon zijn. Op zo’n momenten was het: ofwel blindelings de gps volgen (en jezelf mogelijk in de problemen werken) of even je kopje gebruiken.
Via een veerpont belandden we in Belgisch Limburg waar we vooral veel asfalt te verwerken kregen. Eens de taalgrens over nam het aandeel offroad gelukkig gestaag toe, en de moeilijkheidsgraad ook. Aanvankelijk nog meestal droge paden, maar geleidelijk aan kwamen er modder, keien en andere spielerei. We hebben ons in het zweet gewerkt.
De volledige allroadroute (200 km) zou ons te laat aan de aankomst brengen. Het laatste stuk schakelden we daarom over op de snellere onroadroute. Rond 17u30 kwamen we aan op camping Petite Suisse in Dochamps. Snel tentje opzetten (het Quechua-kampeermateriaal heeft dat weer prima gedaan – de tweede nacht stonden er bevroren druppels op de tent, maar niks kou gehad), douchke pakken en dan het restaurant in. Hier was wel duidelijk 150 man van de partij. Gezellige drukte en fijn weerzien met de aanwezige Alpenridders. Het begon intussen ook te regenen. Dat beloofde voor dag 2.
Dag 2: Allroadtoertje Ardennen (1 april)
Hetzelfde ritueel op dag 2: iedereen deed zo’n beetje wat hij wou. Vroeg vertrekken of liever laat ontbijten en pas in de late voormiddag op pad gaan? Kon je zelf kiezen. Wij startten de motoren rond 10 uur, in de regen, en ook nu weer zonder briefing van de organisatie. De vijf Alpenridders adopteerden een aanhaker: Jan (alias den Trats), die gisterenavond bij ons aan tafel aanschoof.
De route van gisteren bleek een opwarmertje te zijn: de eerste strook onverhard van dag 2 was al direct glijden en schuiven. Gevolg: de eerste valpartijen. Lees verder
Vers rubber: Michelin Anakee Wild
Continental TKC 80 voor, Heidenau K60 achter. Deze combi lag erop. Nog niet helemaal kaal, vooral vooraan niet, maar volgend weekend staat de Ardennen Challenge van Motortours en Tracks op het programma en daar start ik liever niet aan met een bandenset met weinig profiel.
Tijd voor vers rubber dus. Een echte noppenband was waarschijnlijk de beste keuze geweest voor de trip, maar soms moet je praktisch denken. Terug een allroadband dus, die qua levensduur pakken beter scoort dan genopt rubber. Deze keer de Michelin Anakee Wild eens proberen, die langer zou moeten meegaan dan de Continental TKC 80.
Test: Gerbing 12V verwarmde jas
Laagjes, laagjes, laagjes. Zo reed ik de winter door. Drielaagse Rev’it jas (inclusief warmtelaag dus), daaronder de isolerende, waterdichte liner van m’n IXS zomerjas, daaronder een dikke fleecejas, en daaronder m’n gewone kleren: een t-shirt en een trui. De Rev’it broek (ook drie lagen) was dan weer wel genoeg. Maar aangenaam warm had ik het niet altijd onder die zeven lagen. Al hangt warmte (of in dit geval: kou) op de motor van meer af dan enkel je kledij.
De warmtefactoren op de motor:
1. Weer
De buitentemperatuur speelt natuurlijk een grote rol op de motor, maar pakweg 6°C voelt niet altijd hetzelfde aan. Een heerlijk zonnetje of een fikse regenbui doet de gevoelstemperatuur al snel een paar graden stijgen of dalen. Idem voor warm briesje versus gure noordenwind.
2. Motor
Verwarmde handvaten en zadels zijn geen uitzonderingen meer, maar ook het model zelf heeft invloed. Achter de ruit van een RT vang je bijvoorbeeld minder wind dan op een Monster, iets wat bij langere ritten zeker invloed heeft.
3. Rit
Een sportief ritje over binnenwegen en voortdurend je hele lijf bewegen, of twee uur autostrade waarbij enkel je ogen in de spiegels piepen en je vingers de pinkers bedienen? Een wereld van temperatuurverschil.
4. Kledij
Uiteraard speelt ook je kledij een belangrijke rol. Een drielagig pak is warmer dan een doorwaai-jas, winterhandschoenen zijn warmer dan zomerhandschoenen, enzovoort. Logisch.
Om maar te zeggen: temperatuur op de motor hangt af van persoon tot persoon en van rit tot rit. Hoe dan ook zijn lange ritten in hartje winter een kwestie van karakter. En toch, liever verkleumd aankomen en 10 minuten tegen de verwarming staan ontdooien dan de auto nemen en een half uur langer onderweg zijn. Zo gaat dat als je in Brussel werkt. Al waren temperaturen die tegen het vriespunt aanschurkten zowat de grens.
Verwarmde kledij
Een heel andere kwestie, en veel minder een kwestie van karakter, wordt het met verwarmde kledij. Verwarmde handschoenen had ik al, exemplaren met een batterij. Als het echt koud wordt, moet je daarmee niet op warme handen hopen. Ze breken hooguit de kou een beetje. Een andere optie is verwarmde kledij die je aansluit op de batterij van je motor. Dat type verwarmde kledij kan een stuk warmer. Ik testte afgelopen winter de 12V verwarmde binnenjas van Gerbing. Ik kan daarover kort zijn: ik denk niet dat ik nog zonder kan. Iets uitgebreider? Hier gaan we: Lees verder
Tot ziens Rev’it. Welkom Klim Badlands.
Beu was ik mijn motorpak. Vooral de jas, een Rev’it Sand 2. Vier jaar deed hij dienst en waterdichtheid was z’n grootste pijnpunt. Het eerste jaar ging alles goed, maar daarna was het van dat: nattigheid. Niet onmiddellijk echte lekken, maar de buitenjas slorpte zoveel water op dat ik na lange regenritten toch met vochtige onderarmen afstapte. Uiteindelijk begaf de regenlaag het helemaal. Gevolg: een uurtje door een flinke regenbui en hals, onderarmen en bovenkant van de borst hielden het niet droog. Serieus vervelend. Zeker als je ’s morgens in een jas moet kruipen die nog doorweekte mouwen en een muffe geur heeft van de dag voordien.
Een Rev’it Sand 2 broek heb ik ook gehad. Z’n regenlaag was gewoon niet tegen intens gebruik bestand. Na een paar natte piemels, waarbij Rev’it me telkens – de garantieregels proper nalevend – een nieuwe regenlaag bezorgde, kwam er een Neptune motorbroek in de plaats. Eindelijk Goretex! En gedaan natte piemels!
Die aflatende waterdichtheid deed m’n Rev’it pak dus de das om, maar verder heb ik eigenlijk geen klachten. De pasvorm is goed en kan je makkelijk bijstellen, de ritsen en velcro weten het vol te houden, er zijn voldoende zakken, en ’s zomers heb je genoeg ventilatiemogelijkheden. Wat ik wel geleerd heb: dat lichtgrijs wordt smerig en een wasbeurt kan daar niks aan verhelpen. En het muffe geurtje na een doorweekte regenspits krijg je er ook moeilijk uit.
Voor mijn volgende motorpak had ik dus een paar vereisten:
- Goretex (en liefst geen Goretex regenlaag onder een buitenlaag, maar een met Goretex gelamineerde buitenlaag)
- Volledig zwart
- Als het even kan een geïntegreerde rugprotector (bespaart me gedoe met m’n aparte Alpinestars backprotector)
Dat ik hiermee in een hogere prijscategorie zou belanden, had ik ervoor over. Na wat rondkijken en -horen, kocht ik de Klim Badlands jas en broek. Een motorpak dat al veel lovende reviews kreeg, maar ook een stevig prijskaartje. Sommige mensen geven minder uit aan een motor. Ik heb dus getwijfeld of ik zo’n grote investering wou doen, maar m’n motorgebruik rechtvaardigt deze uitgave wel.
Voor wie de Klim Badlands niet kent, er zijn erg veel features. Een greep:
- Drielaags gelamineerde Goretex Pro buitenlaag
- Gebruik van Armacor, Superfabric en Cordura
- D3O protectoren (knieën, heupen, ellebogen, schouders, borst én rug)
- Voorziening op de rug voor een waterreservoir
- Waterdichte YKK ritsen
- Veel zakken
- Veel ventilatiemogelijkheden
Gedetailleerder? Check de video: Lees verder
Eerste indrukken: Lazer Monaco Evo Carbon
Intussen rijd ik twee maanden met de Lazer Monaco systeemhelm (officiële naam volgens z’n paspoort: Lazer Monaco Evo Droid Pure Carbon). Tijd om de eerste indrukken op een rijtje te zetten.
Comfort.
Dik oké. Aangename pasvorm. Vanzelfsprekend minder strak dan een integraalhelm, maar zeker strak genoeg. Ventilatieklepjes, vizier en kinstuk laten zich makkelijk verstellen. Alles zit op de juiste plaats. Verbazend lichte helm ook. Dat de schaal 100% carbon is zit daar natuurlijk voor veel tussen. Dit is een van de lichtste helmen out there: 1400 gram inclusief pinlock, da’s 168 gram lichter dan mijn Shoei GT-Air met pinlock.
Fotochromatisch vizier.
Een van de features die deze helm uniek maakt. Zeer handig en aangenaam. Werkt subtiel, zonder dat je het in de gaten hebt. Wel nog afwachten hoe het vizier in echt zonnig weer presteert.
Ventilatie.
Net als bij de Shoei GT-Air heb je 2 ingangen (kin en bovenop de helm) en een uitgang (achterop de helm). Bovendien zit links en rechts, vlak naast het vizier, ook telkens een uitgang. In warm weer heb ik nog niet gereden met deze helm, dus hoe verkoelend de ventilatieklepjes zijn is nog afwachten. Wat me wel opviel is dat Lees verder












