Test: Husqvarna 701 Enduro

Tijdens de Ardennen Challenge stak Chris ons de ogen uit met z’n Husqvarna 701 Enduro. Wij zwetend en zwoegend op onze zware allroads, terwijl meneer met de vingers in de neus volgde. De Morvan Allroadtrip van Stefenduro leek me dan ook een mooie gelegenheid om te ervaren of die Husky echt zo’n makkelijke machine is.

De naam Husqvarna zegt de gemiddelde baanmotard misschien niet veel. Motorcross(liefhebb)ers weten wel beter. Het Zweedse merk heeft een rijke enduro- en motorcrossgeschiedenis. In de jaren 60 en 70 rijfde het de ene na de andere wereldtitel binnen. Eind jaren 80 kwam het motormerk in moeilijkheden. Na omzwervingen bij Cagiva, MV Agusta en BMW vond het in 2007 onderdak bij Stefan Pierer. Jawel, de Oostenrijker die ook bij KTM heel wat in de pap heeft te brokken.

Logisch dus dat er merkbaar KTM-bloed door de Husqvarna-aderen stroomt tegenwoordig. Met 74 pk en 71 Nm bij 6.750 toeren verbleekt de 701 Enduro dan wel naast pakweg een KTM 1190 Adventure of een BMW R 1200 GS, maar je hoeft er in de eerste meters maar even de zweep op te leggen en direct duikt dat ietwat zotte KTM-karakter op. In tweede het gas vol opendraaien? Gegarandeerd het voorwiel in de lucht. Een flink pak energieker dan verwacht dus. De ruwe loop onderin, die ik ook ervaarde bij de KTM 1050 Adventure en 1290 Super Duke GT, getuigen eveneens van KTM-afkomst.

Door de kruisbestuiving tussen de twee merken zou je misschien denken dat de Husqvarna 701 Enduro gewoon een vermomde KTM 690 Enduro is. Laat je niet misleiden. Het motorblok is nieuw en komt van de KTM 690 Duke, en ook op andere vlakken kreeg de Husky een upgrade ten opzichte van de KTM 690 Enduro. De WP-vering is bijvoorbeeld beter en langer. 275 mm veerweg zorgt ervoor dat offroad heel wat oneffenheden weggefilterd kunnen worden. Ook een strook asfalt die bijna voor offroad kan doorgaan verteert deze Husqvarna opvallend makkelijk. De standaardsetting zat voor mij al goed. Mocht je toch andere wensen hebben, dan kan je zowel voor als achter de vering instellen.

Stukje autostrade? 120 haal je vlot en meer zit er ook in, maar dan wordt het een gevecht tegen de wind. De stabiliteit zit tegen die snelheid nog helemaal snor. Links en rechts hoorde ik klachten over het zadel dat te hard zou zijn. Ja, het is hard. Te hard? Ik heb al baanmotoren met onaangenamere zadels getest. Een zitsessie van anderhalf uur op de 701 vond ik alleszins geen marteling. Wel een marteling: na een paar dagen offroad het zadel proberen schoonkrijgen. Haast een onmogelijke taak, vooral het witte en gele deel.

Wil je een heel eind van huis – ik zeg maar wat: in Midden-Frankrijk – gaan offroaden, dan kan je in principe met de 701 ernaartoe rijden. Let wel: weinig comfort en nul windbescherming. Je hebt dus een flinke dosis karakter nodig als je autostradekilometers gaat vreten, maar het kan wel.

Meer fun valt uiteraard op binnenwegen te vinden. Deze Husky is niet de meest spontane bochtenvreter en heeft wat aanmoediging nodig om in de bocht te vallen, waardoor je geneigd bent ‘m agressiever te behandelen. Erg vindt hij dat niet. Kan hij meer de hooligan uithangen. Snedig uitaccelereren, volgende bocht aanvallen, zo lust hij het graag.

Offroad dan, want daarvoor koop je deze fiets uiteindelijk. Laat me beginnen met Lees verder

Verslag: Stefenduro Morvan Allroadtrip

Goesting om offroad te rijden is er altijd. Tijd, da’s iets anders. Met de Alpenridders hadden we een hoop mogelijkheden opgelijst, uiteindelijk meldden er zich vier aan voor de allroadvijfdaagse in de Morvan met Stefenduro: Jan, Bart, Chris en ikzelf.

De Morvan is een gebied in Midden-Frankrijk, een joekel van een natuurpark op zo’n 550 km van Brussel. Heuvelachtig, veel bossen, wat riviertjes en meren. Ideaal voor een paar dagen offroad. Vooral omdat motoren er op veel onverharde wegen toegelaten zijn.

De vijfdaagse bestaat uit twee reisdagen op eigen houtje en drie begeleide dagritten ter plaatse. Vier nachten op één vaste locatie, een hotel in Planchez (halfpension). Zowel allroaders als enduristen rijden mee, elk met eigen routes en een eigen begeleider (Terre voor de allroadgroep, Stefaan aka Mister Stefenduro voor de endurogroep). De allroaders konden zich inschrijven voor een van de drie niveaus: light, medium en hard. Light voor de motoren op standaardbanden, medium voor de mannen met wat meer ervaring en allroadbanden à la TKC80, hard voor de gevorderden op noppenbanden. We kozen voor medium.

De dagen voor het vertrek zat Stefaan geregeld in de mailbox van de deelnemers. Even polsen en informeren. Over hoe we tot in Planchez zouden rijden, over de bandenkeuze, over wat we moesten meebrengen.

Ik zat te twijfelen over de heen- en terugreis. Zou ik zelf tot daar rijden op de Husky 701, niet meteen de meest ideale reismotor? Of zou ik eerst (vanuit Limburg) tot Geraardsbergen bollen, door de ochtendspits, een gigantische, tijdrovende omweg, om daar de motor op een aanhangwagen te zetten en zo naar Frankrijk te reizen? Stefaan maakte er korte metten mee met één telefoontje. Hij had een alternatief: Marc, een van de andere deelnemers, had nog plaats in zijn camionette, en die woonde korter bij. Verkocht!

Bandenkeuze dan. Stefaan was al enkele weken in de Morvan en had het uitgebreid kunnen checken: het lag er droog bij. Maar omdat hij genoeg noppenbanden had liggen, stelde hij voor om iedereen zonder noppenbanden bij aankomst toch op genopte sloffen te leggen. Gewoon voor maximale grip en meer vertrouwen op onverhard. Meerprijs? De volle 0 euro. Vertrekken met een goed gevoel heet dat.

Dag 1 – woensdag 7 juni

De heenreis. ’s Morgens naar Antwerpen rijden met een bepakte Husky en Marc ontmoeten, een uitgeweken (en vanzelfsprekend sympathieke) Limburger die met z’n Husqvarna 250 bij de enduristengroep zal aansluiten. Twee Husky’s achterin z’n Transporter, kennismakingsbabbel bij een tas koffie en de baan op. Om half 11 verlaten we de Koekenstad, tegen 17 uur arriveren we in Planchez, als een van de eersten.

Stefaan bekijkt m’n motor. Oordeel: die banden staan er nog goed bij. “Misschien is het toch niet nodig dat ge op crossbanden gaat rijden,” zegt hij. Bijna alle paden liggen er droog bij en doordat het de voorbije dagen af en toe kort geregend heeft, geeft de toplaag meer grip. Perfecte omstandigheden eigenlijk.

“Weet ge wat, anders gaan we rap een toerke doen van 10 minuten, dan weet ge direct of die TKC’s voldoen of niet.” Wij weg. Vlakbij het hotel duiken we het bos in, een strook onverhard met allerhande ondergronden: een droog bospaadje, een paar plassen, een streepje modder, een stuk keien, een iets meer zanderige passage. Een kwartier later staan we terug aan het hotel. Oordeel: met die banden zou het moeten lukken. Morgen met de TKC’s starten. Blijken ze toch niet goed genoeg, dan kunnen we ‘s avonds nog altijd naar noppenbanden wisselen. Enkel de bandendruk mag iets lager. Stefaan haalt snel de meter erbij en regelt het zaakje.

Ondertussen druppelt de rest van de bende binnen. Het groepje allroaders:
Jan (zonder Triumph Tiger 800 deze keer, maar met z’n Suzuki DR-Z400)
Bart VM (met z’n trouwe 800 GS)
Chris (opnieuw met z’n Husqvarna 701 Enduro)
Caroline (Kawasaki KLX 250)
Kris (KTM 625 SXC)
Brakke (BMW R 1200 GS Adventure)
Bart P (Husqvarna 701 Enduro)
Ikzelf (Husqvarna 701 Enduro, de review daarvan vind je hier)
Terre (KTM 950 Super Enduro)

Opvallend hoe weinig zware allroads. De frank begint precies te vallen dat je offroad weinig hebt aan 120 pk, en nog minder aan die overtollige kilo’s. Op de 1200 GS en mijn Husky na heeft iedereen trouwens noppenbanden liggen.

Na een smakelijk driegangendiner in het hotel en kennismaking met de Morvan-bende: bedwaarts. Tip: je ligt op een tweepersoonskamer, dus fix vooraf dat je bij een niet-snurker terecht komt.

Dag 2 – donderdag 8 juni

Tijdens het ontbijt kan iedereen met een gps bij Stefaan de tracks van de dag downloaden. Een briefing voor de rit is er amper. Geen uitgebreide instructies, geen preek. Gewoon: we rijden in D-systeem, we stoppen geregeld, als het te moeilijk of te snel gaat, laat van je horen, gebruik je verstand, geniet.

Tegen 9u30 vertrekken we. Terre op kop, Bart VM als laatste man. Het tempo zit er vanaf de eerste strook offroad goed in. Mag ook, de paden liggen er uitstekend bij en echt moeilijke passages komen we nauwelijks tegen. Bovendien laten de lichte machines zich soepeler sturen dan dikke allroads, wat ook bijdraagt aan het vlotte tempo.

Het terrein niet moeilijk? Dan zorgt de motor voor extra animo: ik blijf op een verkeerd moment aan het gas hangen, waardoor ik dreig Bart P z’n kont te rammen. Om dat te vermijden Lees verder

Op cursus: Trialinitiatie

Een trialcursus stond al een poos op mijn verlanglijstje. Niet dat ik me direct van het ene naar het andere obstakel zie springen, of plannen heb om deel te nemen aan het WK SOA (surplacen op achterwiel, voor alle duidelijkheid). Maar het leek me leuk om een keer te proberen.

Die plannen werden concreet toen Clubmot eind vorig jaar een nieuwe opleiding aankondigde: de trialinitiatie. Direct ingeschreven.

Afspraak om 9 uur bij BMW Peter D’haese in Zottegem om van daaruit samen naar het oefenparcours te vertrekken, op twee minuutjes rijden. Onze instructeur stond er ons op te wachten: Stefaan (van Motorrijder). De aanwezige cursisten: Alpenridder Jan, Shih, Gunter en ik.

Bij het woord parcours moet je je geen verlaten parking voorstellen, maar een stuk bos met gras, aarden paadjes, bomen, wat obstakels, diverse hellingen … Aan de blikken van sommigen kon je zien dat ze toch iets anders hadden verwacht: “Zo’n klein parcours? Gaan we ons hier wel de hele dag kunnen bezig houden?” en ook: “Maar twee trialmotoren? We zijn toch met vier?”

Stefaan liet ons onze uitrusting* aantrekken, gaf een kort woordje uitleg over de motoren (altijd rijden met een vinger op rem- en ontkoppelingshendel) en daarna mochten we op een vlak stuk tussen wat bomen even “inrijden”.

Een motor van 80 kg, da’s een heel andere ervaring dan je lompe baanmachine. Zeer wendbaar, voelt bijna als een fiets aan, maar dan met een motorblok. Een fiets zonder zadel wel, dus je moet constant rechtstaan, hoewel dat – met dat beetje offroadervaring in m’n broekzak – niet onnatuurlijk aanvoelde. De gasreactie was ook even wennen: erg direct.

Na die eerste korte kennismaking kregen we een reeks oefeningen voorgeschoteld om de trialmotor beter te leren beheersen en ons de basistrialtechniek bij te brengen. Achtjes draaien, tussen pionnen slalommen, zo traag mogelijk rijden. Klinkt als je rijexamen? Daar leek het een beetje op, maar toch was het helemaal anders. De achtjes waren bijvoorbeeld een pak kleiner en niet op een proper stuk asfalt, maar op een hobbelig, hellend stukje gras of tussen een paar bomen die smeekten om er eens tegenaan te schurken. Qua moeilijkheidsgraad toch even iets anders.

Onmiddellijk werd duidelijk dat kijktechniek uiterst belangrijk was. En tegelijk gas-koppeling-rem zo goed mogelijk controleren. En je positie op de motor, die anders is als je klimt, daalt of over vlak terrein rijdt. En ondertussen nog je evenwicht houden. Niet gemakkelijk. Maar bij iedereen bleek dat oefening snel voor grote stappen vooruit zorgde. De eerste keer lukte misschien niet of moeizaam, maar we boekten snel vorderingen.

Die eerste gedachten van “Dju, zo’n klein parcours en maar twee trialmotoren” waren intussen ook al lang vervlogen. Het parcours had ruim voldoende variatie om je – zeker voor zo’n trialinitiatie – een dag te amuseren, en wat die twee trialmotoren betreft: iedereen was blij als hij na 10 minuten op de motor ook 10 minuten op adem mocht komen. Nat in het zweet, soms al krampen in armen, benen of handen. Geen reclamaties dus.

Stefaan gaf bij elke oefening een woordje uitleg wat en hoe, en toonde dan hoe het moest. Omdat er altijd maar twee cursisten op de motor stonden, kon hij ons zeer gerichte, persoonlijke feedback geven. Dat alles met een humoristisch sausje. Fijn les krijgen zo. Geregeld stak hij er ook een klein competitie-elementje in, bijvoorbeeld een wedstrijdje zo traag mogelijk rijden. Ambiance verzekerd.  Lees verder

Test: Alpine MotoSafe oordoppen

Motorrijders die zonder gehoorbescherming rijden? Dat snap ik niet. Zotten zijn het. Want je loopt veel kans om je gehoor permanent en onomkeerbaar te beschadigen.

Pas op, zelf heb ik ook geen propere lei. Jaren gedrumd, in verschillende groepjes gespeeld, dikwijls gerepeteerd in veel te luide repetitiekoten, veel te vaak op een podium gestaan waar versterkers en monitoren op 11 stonden. Slechts een enkele keer mét gehoorbescherming. Regelmatig in bed gekropen met fluitende oren, maar de volgende ochtend was de fluittoon weg. Dus niks aan de hand dacht ik. Tot die ene keer de fluittoon dagen bleef duren. Sindsdien spring ik een stuk voorzichtiger om met het enige paar oren dat ik heb. Altijd oordopjes in als ik naar een concert of festival ga. En op de motor ook.

Nochtans is het verleidelijk om op de motor geen oordoppen te dragen. Dat mooie motorgeluid wil je toch niet missen? En het windgeruis neem je er dan maar bij. Misschien klinkt het de eerste meters nogal luid, maar na 5 minuutjes ben je eraan gewend. Wel, net daar schuilt het gevaar. Hoe hoger de snelheid, hoe sneller je in de gevarenzone komt om je oren naar de kl*ten te helpen. En met sneller bedoel ik dus: het is slechts een kwestie van minuten vooraleer het schadelijk wordt.

Online vind je genoeg hoortests. Op deze en deze scoor ik twee keer goed. Oef. Ik draag al jaren de Alpine MotoSafe oordoppen. Dit jaar werden die vernieuwd. Vroeger had je een setje waarbij je de (harde) filters kon vervangen, zodat je uit twee niveau’s van demping kon kiezen. De nieuwe Alpine MotoSafe oordoppen hebben nu zachte filters, maar je kan ze wel niet meer wisselen.

Ik testte de voorbije weken de Alpine MotoSafe Pro. Hierin zitten twee sets motoroordoppen: de MotoSafe Tour en de MotoSafe Race oordoppen. Tour geeft gemiddelde demping, Race zware demping.

Net zoals bij de vorige versies krijg je meer dan enkel oordoppen. Een handige etui zit er ook weer bij. Minpunt: de keycord hebben ze blijkbaar afgeschaft. Vond ik handig, want zo hang je de etui makkelijk rond je nek en hoef je niet in je zakken zitten zoeken. Dus dan maar de keycord van een oudere set gerecycleerd. Ook heeft de nieuwe etui geen kleine inkeping meer om de oordoppen in vast te stoppen. Nu zitten ze los in de etui, wat ervoor zorgt dat ze soms op de grond glippen als je de etui opent. Verder zit in de verpakking: Lees verder

Test: BMW R 1200 GS Rallye

De BMW R 1200 GS prijkt al heel wat jaren in de hoogste regionen van het lijstje met best verkochte motorfietsen. En niet alleen in België en Nederland. Maar geef toe, de knapste motor die er bestaat is het niet. Dus wat doen de Duitsers dan zo goed met de 1200 GS? Hoog tijd om dat te ontdekken. Want ik had – tot verbazing van de jongens bij BMW – nog nooit met deze bestseller gereden.

Het GS-verhaal startte met de R 80 G/S in 1980. De eerste R 1200 GS kwam er in 2004. Meer dan 35 jaar doorontwikkelen en we belanden bij modeljaar 2017. Ten opzichte van de 2016-versie zijn er geen enorme veranderingen. Een minimale Euro4-update van het boxerblok, lichte stylistische aanpassingen, enkele elektronische nieuwigheden. Het grootste nieuws: twee uitvoeringen van de GS. De Exclusive-uitvoering voor wie het wat sjieker wil, de Rallye-uitvoering voor wie offroaddromen heeft. Ik ging een weekje op stap met de Rallye.

Beest met imago(probleem)

De BMW R 1200 GS Rallye valt op met zijn blauwe kleur. Als je het mij vraagt: de knapste kleur uit de 1200 GS geschiedenis. Lupin blauw metallic noemt de cataloog het. Verder verraadt de Rallye-uitvoering dat deze GS offroad wil. Zo bespeur je onder meer spaakvelgen, grotere, rubberloze Adventure-voetsteunen, Rallye-zadel, roestvrij stalen radiatorbescherming, een laag ruitje, framebeschermers tegen krassen van je laarzen en géén middenbok. Prijs voor de Rallye-uitvoering: 16.525 euro, of 635 euro meer dan de Belgische basisprijs voor de 1200 GS. Doe er nog een set allroadbanden, een bodemplaat en valbaren bij en ik ben klaar om op allroadreis te vertrekken.

Helaas kreeg ik van de Belgische BMW hoofdzetel geen toelating om de GS offroad te testen. Spijtig, maar ook weer geen ramp. Want maar een fractie van alle verkochte GS’en verlaat ooit de verharde weg. Dus de kans is groot dat wie dit leest, helemaal geen offroadplannen heeft met z’n GS (Is dat wel zo? Geef even een gil in de comments). Voor de foto’s heb ik wel enkele metertjes onverhard genomen. Als daar maar geen vodden van komen.

Update 2/5/2018: Intussen op offroadtraining geweest met de BMW GS Riding Academy, op een 1200 GS Rallye. Meer daarover hier.

In mijn begindagen met de BMW F 650 GS zag ik me echt nooit met een 1200 GS rijden. Oogt zo zwaar en groot. Valt zo’n beest wel onder controle te houden? Dat iemand het in z’n hoofd haalt om daarmee offroad te gaan rijden! En dan is er nog zijn imago. Of moet ik zeggen imagoprobleem? Door z’n prijskaartje wordt hij al gauw gezien als een (duur) speeltje om de midlifecrisis te counteren. Een soort statussymbool. En tegelijkertijd wordt hij – door z’n succes – een beetje eenheidswürst. Nogal boring.

Niet van z’n stuk te brengen

Maar dan gooi je uiteindelijk toch je been over het zadel van de R 1200 GS en Lees verder

Op cursus: Basistraining Motorbeheersing

De voorbije twee jaar heb ik vooral offroad- en circuitcursussen gevolgd. Maar ook op het “gewone asfalt” kan je rijtechniek altijd beter. Want hoewel je op zo’n circuitcursus flink aan je techniek werkt, is rijden op de openbare weg volledig andere koek. En naast gsm’ende automobilisten en verraderlijke verkeerssituaties zijn er je eigen imperfecties. Ik dus naar de Basistraining Motorbeheersing van het Centrum Voor Motorbeheersing voor wat bijschaafwerk.

Wim, zaakvoerder van het Centrum Voor Motorbeheersing, verwachtte ons tegen 9 uur in Tongeren aan de ontbijttafel. We verzamelden er met tien cursisten. Twee vrouwen en acht mannen, met een uiteenlopend ervaringsniveau: van een jaartje in het bezit van het motorrijbewijs, over heropstappers, tot mannen met ruim 25 jaar motardervaring.

Uurtje theorie

Wim vloog er meteen in met een dik uur theorie. Rijlijnen, kijktechniek, verkeersregels, positie op de weg, hoe rijden in groep, remtechniek, kledij, noem maar op. Luchtig gegeven, meestal aan de hand van voorbeelden, niet te theoretisch. Met een kwinkslag, maar ook altijd met de nadruk op de gevaren die je als motorrijder loopt en hoe je je veiligheid kan verhogen.

We gingen niet overal diep op in, maar raakten wel een boel topics aan. Sommige zaken kende je van je rijexamen (voor wie stamt uit het tijdperk waarin rijbewijzen niet cadeau worden gegeven), andere zaken had je dan weer kunnen leren uit ervaring. Een aantal interessante dingen bijgeleerd – die wel eens durven afwijken van hoe het volgens de regeltjes of rijschool moet – maar die je veiligheid wél vergroten.

Praktijkoefeningen

Tegen half 11 startte het eerste deel van de praktijk, met het motto dat meermaals werd benadrukt: alles mag, niets moet. Zie je een oefening niet zitten? Dan sla je ‘m gewoon over. Want het doel van deze cursus is te peilen naar je rijtechniek en te achterhalen waar je werkpunten zitten.

Het Centrum Voor Motorbeheersing werkt enkel samen met instructeurs die lesgeven aan de politie. Mannen die de zwaantjes opleiden dus. Professionals met pakken ervaring, zowel in rijden als in lesgeven.

We werden in twee groepjes van vijf opgedeeld met elk een instructeur. Ik kwam terecht in een groepje met Jos, Bèr, Marc en Peter, vier goedlachse kerels die geregeld samen gaan rijden. Hans was onze instructeur en ook Philippe sloot aan, als instructeur in opleiding. We reden naar een industriezone in de buurt waar we op een parking een intro kregen. Onder meer over de techniek van het traag rijden, zithouding en zo meer. Allemaal rustig en helder uitgelegd door Hans.

Daarna mochten we ons bewijzen Lees verder

Test: Yamaha Tracer 900

In 2013 bracht Yamaha de MT-09 op de markt. Een brutale naked waarvan de driecilinder sindsdien alom lof oogst, al scoort hij op comfort en inzetbaarheid een pak minder. Dat moet ze in Iwata op ideeën gebracht hebben, want in 2015 onthulden de Japanners de MT-09 Tracer: een sportieve motor met duidelijke touringtrekjes en datzelfde MT-09 motorblok. Sinds dit jaar gaat het model als Tracer 900 door het leven, maar verder blijft het concept ongewijzigd.

Hoe Yamaha van een roadster een sporttourer maakte? Simpel, geef ‘m een rechtere zit, wat kuipdelen, een grotere tank, een verstelbaar windscherm, een breder stuur, een hoger, verstelbaar zadel en – nu we toch bezig zijn – ook een middenbok, een 12v-aansluiting en handkappen. Enkel cruisecontrol en handvatverwarming ontbreken, al staat die laatste wel op de optielijst.

Of het totaalplaatje werkt, daar kom ik later op terug, maar laat ons eerst dat totaalplaatje eens bekijken. De Tracer 900 ziet er een pak minder agressief uit dan de MT-09, maar aan een eigen smoel ontbreekt het hem niet. “Transformers,” hoorde ik tot twee keer toe. Klinkt niet meteen positief, maar gelukkig zijn looks niet bij elke motard de belangrijkste prioriteit als ze nieuw speelgoed gaan shoppen. Al is een fraai design altijd mooi meegenomen. De LED-koplamp oogt hoe dan ook knap en geeft een flinke lichtbundel. Ook over de afwerking valt er niks te mekkeren. Alleen een beetje gek dat op de flank geen Tracer 900 maar een MT-09 embleem prijkt.

Touringtoevoegsels

Even wat dieper ingaan op de touringtoevoegsels. Het behoorlijk ruime zadel kan je in twee hoogtes instellen (hoe je dat doet, leer je hier). Het zit vrij hard waardoor je kont na een uurtje of zo vraagt om ‘s even anders te gaan zitten. Die kontklachten kan je counteren met het optionele comfortzadel.

In tegenstelling tot je kont houden je benen langere ritten makkelijk vol: ze zitten steeds in een aangename hoek. De zitpositie is recht en ontspannen, en je romp heeft amper wind te verwerken dankzij het windscherm. Dat windscherm kan je in de hoogte verstellen, maar je moet er wel voor stoppen. Eerst de twee knoppen onder de display losdraaien, het scherm verschuiven en dan de knoppen vastdraaien. Rijdend lukt dat niet.

Ook je handen worden uit de wind gezet, door joekels van handkappen. Hier overstijgt de vorm de functie, en geen klein beetje. Als je voor de motor staat valt dit niet direct op, maar vanop het zadel kan je onmogelijk naast het ongeziene formaat van de handkappen kijken. In de weg zitten ze gelukkig niet. En dan zijn er nog de bevestigingspunten voor de (optionele) zijkoffers: hiermee kan je zowel koffers als bevestigingsbeugels in een wip monteren of demonteren. Handig.

Met al die toevoegingen en aanpassingen kom je tot een mooi totaalpakket. Basisprijs: 10.995 euro voor een verrassend comfortabele motorfiets (Belgische prijs. Nederlandse prijs: 11.999 euro). Lange tourtochten verteer je probleemloos, al leent het karakter van de triple zich vooral tot speelse ritten. Meer zelfs, het blok verleidt je constant om de hooligan uit te hangen. Om daaraan te weerstaan, moet je sterk in je schoenen staan. Dat de Tracer een broertje is van de MT-09, zal je geweten hebben. Ook de vering verraadt de nauwe familieband: vrij hard en sportief.

Typisch Triple

Het CrossPlane 3 blok dan. De 847 cc driecilindermotor – CP3 voor de vrienden – blijft met 115 pk en 87,5 Nm ver weg van de krachtpatsers van het moment. Dat belet deze Yamaha echter niet om Lees verder