Wheelies voor dummies

Vraag eender welke motorrijder wat de coolste motortruc is die je kan doen en de kans is groot dat je “een wheelie!” als antwoord krijgt. Naast de show stelen kan een beheerste wheelie ook nuttig zijn om te weten hoe te reageren als je voorwiel los komt bij hard accelereren of om bijvoorbeeld een obstakel te overwinnen tijdens een endurorit.

Ik wil al lang kunnen wheeliën en dus ging ik op wheelietraining bij de Stunt and WheelieSchool van Jeremy Vonk.

De Stunt and WheelieSchool werd pas vorige zomer opgericht en was van meet af aan een groot succes. Reden hiervoor is dat ze een volledig pakket aanbiedt dat nergens anders te vinden is: een gerespecteerde naam in de stuntwereld als lesgever, huurmotoren zodat je je eigen motor niet hoeft te misbruiken én het gebruik van een “Wheelie Safety Device” waardoor je niet op je gezicht of achterste valt mocht het misgaan.

Bij aankomst staan twee KTM 390 Dukes netjes naast elkaar te wachten op het vliegveld van Enschede. Het meest valt dat Safety Device op: een soort frame op drie wieltjes dat achter de motor gemonteerd is. Dat zorgt ervoor dat de motor niet zijdelings kan vallen en dat je de motor bij een wheelie ook niet achterover kan trekken. Wel zo veilig.

Eerst wordt de juiste zithouding uitgelegd: beetje naar achter zitten, twee vingers op de koppeling, vingertje gestrekt op de voorrem, knieën stevig tegen de tank klemmen, enkels tegen de motor drukken en vooral je voet altijd op de achterrem houden. Dit wordt er gedurende de gehele dag ingedrild. Nu nog leren hoe je de tractiecontrole afzet en dan beginnen we meteen aan de eerste oefeningen.

Wybe, collega-instructeur van Jeremy, doet ze voor. Op twee wielen rechtdoor rijden, goed gas geven en dan vertragen door enkel de achterrem te gebruiken zonder het achterwiel te blokkeren. Klinkt poepsimpel maar door dat veiligheidsframe stuurt de motor niet als een motor. Sturen doe je zoals op een quad en dat is voor de ene al wat lastiger dan de andere.

De volgende oefening is Lees verder →

Voer voor bochtenvreters: de Sierra Nevada

Van valse bescheidenheid kan je Clubmot niet beschuldigen. “Minstens 1000 bochten per dag” kondigden ze voor hun reis naar de Sierra Nevada aan. Dat beloofde. Dubbel zelfs. Want in februari presenteerde Triumph er z’n nieuwe Speed Triple – een bochtenpikker pur sang – aan de Europese pers. En dus ging ik mee.

Het motto van Clubmot voor deze reis is “go your own way”. Tijdens de meet-and-greet zes weken voor afreis werd het geregeld herhaald: “Trek je plan! Wij zijn geen reisbegeleiders!”. Beetje vreemd misschien, maar ter plekke bleek dit een ideale formule. Ik had nooit het gevoel op een klassieke groepsreis te zijn en dat is maar goed ook.

Wél had Clubmot voor iedere dag twee routes voorzien. Een korte van ongeveer 240 km en een langere van minstens 300 km. En twee allroadroutes. Plus nog twee alternatieve routes. In totaal goed voor meer dan 4000 km bochtenplezier. Keuze zat om je plan mee te trekken.

Storm

Na een wel héél vroege vlucht landden we in het – toen nog – zonnige Almeria. De bus bracht ons in een half uurtje naar het hotel in Roquetas de Mar, op een steenworp van het strand. Daar stond m’n Tiger 800 XCa me al op te wachten. Die werd de voorbije week, samen met de 55 andere motoren voor 73 reizigers, hierheen gebracht. Twee vrachtwagens vol, die in amper twee weken volledig volzet waren. Van een succesformule gesproken.

Die eerste dag werd door de meesten niet meer gereden. Na de middag was het stevig beginnen waaien en tegen de avond raasde een heuse storm over het hotel. Mét gevolgen. Een van de moto’s werd omvergeblazen. Einde reis, want de gebroken schetsplaat viel niet te lassen wegens gemaakt uit een of ander exotisch gietmetaal, en wachten op een nieuw stuk zou een viertal dagen kosten. De eigenares bleef er bewonderenswaardig cool bij en speelde de rest van de week voor duo.

Rondjes op het circuit van Almeria

Na al dat onheil, eindelijk de eerste echte rijdag. Wij vertrokken met zijn vijven rond half tien. Lunchpakket meegrissen en vámonos!

Om van het hotel aan de voet van de Sierra Nevada te raken, moesten we telkens een vijftiental kilometers dwars door eindeloze serres rijden. De Costa de Almería is dé moestuin van Europa. Werkelijk de hele omgeving – zo’n 30.000 hectaren – staat bomvol plastieken serres, de grootste concentratie ter wereld. El mar de plastico zou de rest van de week bij ons minachtend bekend staan als “den plastiek”.

De route passeerde langs Oasys Park, een fictief westerndorp waar bekende films als The Good, the Bad and the Ugly werden gedraaid. Michèle, Thierry en ikzelf besloten een bezoek aan ons voorbij te laten gaan en we reden met drie verder tot we eindelijk de eerste bochten voor de wielen kregen. Met het aantal bochten stegen ook de hoogtemeters en dat was eraan te voelen. “Ga naar Zuid-Spanje,” zeiden ze. “Daar is het warm om te rijden,” zeiden ze. Mooi niet dus. De koudegolf die heel Europa in zijn greep hield was tot hier voelbaar. Gelukkig lag het er droog bij.

Om 13 uur werden de liefhebbers aan het Circuito de Almeria verwacht, de enige vaste afspraak van de hele week. Hier scheen zelfs een zonnetje. Wie dat wou kon voor 10 euro drie ronden in groep rijden over het 4,2 kilometer lange circuit. Het tempo was gezapig maar leuk was het wel. Dit doe je niet iedere dag.

Daarna reden we over de AL-102 terug richting Almeria, een schoolvoorbeeld van de Andalusische wegen: vloeiende bochten van perfect asfalt door een prachtige omgeving. Genieten! Onderweg kregen we enkele buitjes te verwerken en tijdens het laatste stuk richting hotel viel de regen met bakken uit de hemel.

La Calahorra

Voor de koninginnenrit richting Granada vertrokken we een uur vroeger. We kozen de korte rit: meer bochten en minder autostrade dan de lange. Nu, wat heet kort? Met 344 km zou het een hele kluif worden.

Opnieuw dwars door de Sierra Nevada ging het tot aan het kasteel van La Calahorra. Daar stuurde de route ons het dorp in. Maar ik had thuis gezien dat aan de andere kant een zandweg omhoogliep naar het kasteel. Dat kon ik niet laten liggen! Bij de aanvang van dit stukje offroad sloten drie medereizigers op GS’en bij ons aan. Een paar haarspeldbochtjes later konden we genieten van het prachtige zicht rondom en hadden we – op een paar lokale toeristen na – het volledige kasteel voor ons alleen. Picknicken naast de motoren en snel weer weg, vooraleer we het echt koud kregen.

Het was al na de middag toen we Granada passeerden en het wereldberoemde Alhambra lieten we dan ook aan ons voorbij gaan. Geen tijd voor een bezoek. Toen iets verder de gps aankondigde dat de volgende afslag pas na een dertigtal kilometers van onafgebroken bochten was, mocht het tempo omhoog. We zouden elkaar aan het einde wel terugzien.

Het was op de heerlijke A-4131 dat ik het stel lichten van een FZ1 gestaag Lees verder →

Op trialtraining bij een 10-voudig trialkampioen

Vorig jaar hadden Jean en ik ons kostelijk geamuseerd op de trialinitiatie van Clubmot. De beslissing was dan ook rap genomen toen een van mijn motorgekke vrienden liet weten dat er nog plaats was voor een trialdagje bij Alex van den Broek in Breda. Inschrijven! En wel onmiddellijk!

Maar euh … wacht eens even. Die Alex van den Broek, die werd toch meer dan tien keer Nederlands trialkampioen? En daar gaan wij les van krijgen? Jemig. En trialen in het midden van januari? Een beetje geluk met het weer moet je dan wel hebben.

Dus vorig weekend stonden we er, op het terrein van MSC Breda. Neen, het regende niet. Ja, het was koud. Maar van trialen krijg je het warm. Ideaal dus.

Vijf Montesa trialbrommers stonden ons netjes op een rij op te wachten. Viertaktjes, van 250 en 260 cc. We waren uiteindelijk met z’n tienen, dat werd dus afwisselend de oefeningen doen.

Bij een warme kop koffie in een eveneens warme container achteraan op het terrein handelden we eerst het papierwerk af en gaf Alex een korte inleiding tot deze – in zijn woorden – “trial cursus training clinic”.

Daarna konden we eindelijk aan de slag. De hele dag zou Alex eerst alles uitleggen en voordoen. Vervolgens was het aan ons, en stuurde Alex bij waar nodig. Op een manier die heel begrijpelijk was. En hij nam er zijn tijd voor.

We begonnen met wat heen en weer rijden. Rechtstaand uiteraard, want die dingen hebben geen zadel. Voor de vrienden met wat enduro-ervaring geen al te grote stap, voor de newbies al meteen best lastig.

Toen iedereen dit een beetje onder de knie had, werden de kegels bovengehaald. Lap, weeral achtjes draaien of wat? Altijd maar weer achtjes draaien, bij eender welke cursus of opleiding die je volgt. Maar het dient gezegd: het is en blijft de perfecte basis om een motor te leren beheersen. En op zo’n trial is het echt wel leuk. Achtjes, een korte zigzag, over een plank rijden. Bij de ene lukte het al beter dan bij de andere. En de individuele tips van Alex hielpen enorm. Je merkte meteen dat wanneer je dat binnenste been strekte, je bocht inderdaad een pakje korter kon. Tof!

De voormiddag sloten we af met een rondritje over het terrein. Als kuikentjes achter moeder Alex aan. Het eerste rondje nog makkelijk. Al was die eerste keer in de lengte over een dikke treinbiels rijden best spannend! Het tweede en derde rondje waren iets uitdagender Lees verder →